Hof Den Haag oordeelt in hoger beroep dat de heer X volgens de vaststellingsovereenkomst vijf jaren de tijd heeft gekregen om te laten zien dat sprake is van een objectieve voordeelsverwachting. Het voorbehoud ten aanzien van 2015 - "geen positief resultaat en geen stijgende lijn" - bevat twee cumulatieve voorwaarden, zodat over 2009 tot en met 2014 mag worden nagevorderd als aan één van beide voorwaarden niet is voldaan.

De heer X is duikinstructeur en verzorgt vanaf 2005 duikinstructies, duikevenementen, handelt in duikmaterialen en ontplooit bergingsactiviteiten. Vanaf 2005 tot en met 2009 zijn de activiteiten sterk verlieslatend, zijnde respectievelijk € 25.724, € 33.703, € 47.634, € 45.307 en € 49.554. Naar aanleiding van een boekenonderzoek in 2010 sluit X een vaststellingsovereenkomst met de inspecteur. Volgens deze overeenkomst moet X in 2015 een positief resultaat behalen ("geen positief resultaat en geen stijgende lijn"). Als dit niet lukt, dan verklaart X zich bij voorbaat akkoord met navorderingsaanslagen over 2009 tot en met 2014. In 2015 wordt met de activiteiten nog steeds verlies geleden. In geschil is primair of de navordering over 2009 tot en met 2014 terecht is. Volgens Rechtbank Den Haag is X gebonden aan de overeenkomst. X stelt in hoger beroep dat er in 2015 wel een stijgende lijn is, zodat de navordering onterecht is.

Hof Den Haag oordeelt dat X volgens de vaststellingsovereenkomst vijf jaren de tijd heeft gekregen om te laten zien dat sprake is van een objectieve voordeelsverwachting. Het voorbehoud ten aanzien van 2015 - "geen positief resultaat en geen stijgende lijn" - bevat twee cumulatieve voorwaarden, zodat mag worden nagevorderd als aan één van beide voorwaarden niet is voldaan. De bepaling omtrent het door X afstand doen van rechtsmiddelen is voorts inherent aan het sluiten van een vaststellingsovereenkomst, waarmee namelijk werd beoogd een eind te maken aan de onzekerheid. De rechtbank heeft verzuimd om vast te stellen of er in 2015 een objectieve voordeelsverwachtig is. Gelet op de reeks verliezen van 2005 tot en met 2016 is er in 2015 geen bron van inkomen. Bij de aanslagregeling is de aangifte van 2015 dus terecht op dit punt gecorrigeerd. Het beroep van X is ongegrond.

Lees ook het thema Navordering

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Editie: 23 augustus

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  233
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen