Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de personenauto’s geen aantoonbaar huurverleden hebben, zodat geen extra BPM-korting verleend hoeft te worden.

X bv doet BPM-aangifte voor drie Ford personenauto’s. In dit kader voldoet X bv € 6216, € 3701 en € 6409. X bv stelt in bezwaar met succes dat respectievelijk € 502, € 186 en € 510 minder is verschuldigd conform de lagere waardering van marge-auto’s. In geschil is of X bv terecht een extra ex-rental korting claimt.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de auto’s geen aantoonbaar huurverleden hebben, zodat geen extra korting verleend hoeft te worden. De bewijslast rust in dit kader op X bv. Zij heeft recht op belastingrente over de verleende teruggaven. Het beroep van X bv is slechts in zoverre gegrond. Vanaf 1 januari 2015 is uitsluitend de ontvanger van de Belastingdienst bevoegd om extra rente te vergoeden conform art. 28c Inv. 1990 (zie HR 3 maart 2017, nr. 16/01176, V-N 2017/14.9). Tegen de beschikking van de ontvanger staat vervolgens bezwaar en beroep open.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Invorderingswet 1990 28

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 10

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Invordering, Belastingheffing van motorrijtuigen

Editie: 28 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

  174
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen