Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de belastingrente grotendeels het gevolg is van het onjuist doen van aangifte door de heer X. Het is echter niet redelijk dat ook belastingrente wordt berekend over de loonheffingen waarover de Belastingdienst reeds de beschikking had.

Aan de heer X is conform zijn aangifte een voorlopige IB-aanslag over 2015 opgelegd van (negatief) € 81.970. In februari 2017 is deze teruggaaf aan hem uitbetaald. Naar aanleiding van de nader door X verstrekte informatie is in oktober 2018 een definitieve IB-aanslag opgelegd met een te betalen bedrag van € 145.948. In geschil is of hierbij terecht € 12.214 belastingrente in rekening is gebracht.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de belastingrente grotendeels het gevolg is van het onjuist doen van aangifte door X. In de aangifte is zijn winst uit onderneming namelijk onjuist vermeld. Het is echter niet redelijk dat ook belastingrente wordt berekend over de loonheffingen waarover de Belastingdienst reeds de beschikking had (zie V-N 2019/34.21). De belastingrente moet worden verminderd met de rente over de periode waarin de Belastingdienst de beschikking had over de loonheffingen, zijnde € 2.250. De belastingrente wordt aldus vastgesteld op € 9964. Het beroep van X is deels gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 30fc

Algemene wet inzake rijksbelastingen 30hb

Algemene wet inzake rijksbelastingen 15

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Loonbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 27 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

  212
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen