Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de heer X niet aannemelijk maakt dat de andere klanten van zijn gemachtigde feitelijk en rechtens in vergelijkbare omstandigheden verkeren. Aangezien X in het geheel geen ondernemingsactiviteiten heeft bedreven, kunnen zijn looninkomsten ook niet via absorptie tot de winst uit onderneming worden gerekend.

De heer X is werkzaam als acteur en heeft arbeidsovereenkomsten gesloten met B bv, C bv en D bv, alsmede 'acteursovereenkomsten' met E bv, F bv en G bv. In 2014 zijn de totale inkomsten van X € 52.816, waarvan € 35.543 afkomstig is van B bv, C bv en D bv. € 8555 is afkomstig van E bv, F bv en G bv, die zijn verloond via Stichting A. In geschil is of de inkomsten - met uitzondering van een UWV-uitkering - winst uit onderneming zijn. X beroept zich onder meer op het gelijkheidsbeginsel, aangezien vanaf 1995 voor honderden andere cliënten van zijn gemachtigde inkomsten - die zijn verloond via de artiestenregeling en/of dienstverbanden - stelselmatig toch als winst uit onderneming zijn gekwalificeerd.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat die andere belastingplichtigen feitelijk en rechtens in vergelijkbare omstandigheden verkeren. Van geen enkele belastingplichtige zijn concrete gegevens overgelegd, waaruit volgt dat werkzaamheden zijn verricht op grond van vergelijkbare contractuele afspraken. Het maakt niet uit dat de inkomsten vanaf 2007 - deels na bezwaar - steeds als winst uit onderneming zijn belast. Dit is namelijk niet gebaseerd op een bewuste standpuntbepaling van de inspecteur. De rechtsverhouding tussen X en B bv, C bv en D bv kwalificeert als een dienstbetrekking, aangezien sprake is van loon, arbeid en gezag. In de arbeidsovereenkomsten worden B bv, C bv en D bv aangeduid als werkgever en X als werknemer. Het maakt niet uit dat X als acteur een grote mate van vrijheid heeft bij de invulling van zijn werkzaamheden. Dit sluit het bestaan van een gezagsverhouding namelijk niet uit. Aangezien X in 2014 in het geheel geen ondernemingsactiviteiten heeft bedreven, kunnen zijn looninkomsten ook niet via absorptie tot de winst worden gerekend. Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.5

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 15 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

  221
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen