Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de bestelauto terecht is aangemerkt als een personenauto. Het was namelijk mogelijk om personen op de extra zitbank te vervoeren.

De heer X en zijn echtgenote zorgen voor hun volwassen zoon die verstandelijk gehandicapt is en aan autisme en schizofrenie lijdt. Tijdens het autorijden kan hij een aanval krijgen, waarbij het veel moeite kost om hem weer rustig te krijgen. De zoon en de echtgenote van X moeten daarom ook kunnen liggen. X heeft een Mercedes bestelauto, waarvoor het lage MRB-tarief voor ondernemers wordt betaald. Op 1 maart 2018 wordt bij een controle geconstateerd dat er een extra zitbank in de laadruimte aanwezig is en dat een verplicht tussenschot ontbreekt. In geschil is de naheffingsaanslag over het tijdvak 18 november 2017 tot en met 2 april 2018, alsmede de 100% verzuimboete van € 585. Volgens X stond de Ford-bank er slechts tijdelijk in, omdat de bevestigingspunten niet overeenkwamen met die van het chassis. De bank zou slechts ‘klem’ hebben gestaan.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de auto terecht is aangemerkt als een personenauto. Het was namelijk mogelijk om personen op de bank te vervoeren (vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden 4 september 2018, 18/00056, V-N 2018/65.1.8). Dat deze er feitelijk niet voor is gebruikt, is niet relevant. X slaagt niet in de zware bewijslast dat de bank niet het gehele tijdvak aanwezig was. Het is wel aannemelijk dat deze periode kort is geweest, zodat de boete wordt verlaagd tot € 100. Het beroep van X is deels gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 37

Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 33

Editie: 29 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

  323
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen