Hof Arnhem-Leeuwarden beslist dat aftrek van hypotheekrente eigen woning in een ander jaar dan dat de kosten zijn betaald, niet mogelijk is. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk omdat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen (art. 80a Wet RO).

X bezit in het jaar 2009 een eigen woning waarop een hypotheek rust. X krijgt dat jaar een beroerte. Voor herstel blijft hij dat jaar en de jaren daarna gedurende lange aaneengesloten perioden in verpleegtehuizen. X trekt de hypotheekrente in die jaren niet af. In zijn aangifte ib/pvv 2015 trekt X de hypotheekrente over het jaar 2009 alsnog af. Volgens X is er door zijn ziekte sprake van bijzondere omstandigheden.

Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2018/51.1.1) beslist, net als de rechtbank en inspecteur, dat de hypotheekrente aftrekbaar is in het jaar waarin de kosten zijn gemaakt. Aftrek in een ander jaar staat de Wet IB 2001 niet toe. De in het jaar 2009 opgekomen ziekte van X maakt dit niet anders. Ruimte om X tegemoet te komen hebben het hof en de inspecteur niet. Ambtshalve vermindering biedt geen soelaas omdat het verzoek buiten de vijfjaarstermijn is gedaan. Het hof is niet bevoegd de hardheidsclausule van art. 63 AWR toe te passen. Het hoger beroep van X is ongegrond.

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk omdat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen (art. 80a Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 65

Algemene wet inzake rijksbelastingen 63

Wet inkomstenbelasting 2001 3.147

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 21 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

  438
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen