De Hoge Raad oordeelt dat de vraag aan X over welke bankrekeningen zij bezit een voldoende nauwkeurige omschrijving is van hetgeen van haar wordt verwacht. De inspecteur hoeft niet te melden over welke gegevens hij al beschikt.

X beschikt volgens de inspecteur vanaf de jaren 90 over buitenlandse bankrekeningen. X maakt bezwaar tegen de jegens haar in 2016 afgegeven informatiebeschikking. Hof Den Haag vernietigt de beschikking omdat de inspecteur bij het informatieverzoek naar de buitenlandse bankrekeningen ten onrechte niet heeft gemeld dat hij al op de hoogte was van haar Belgische bankrekeningen. De Staatssecretaris van Financiën gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat de vraag aan X over welke bankrekeningen zij vanaf 1 januari 2003 bezit een voldoende nauwkeurige omschrijving is van hetgeen van haar wordt verwacht. Aan het onvermeld laten van gegevens waarover de inspecteur al beschikt, kan niet zonder meer het gevolg worden verbonden dat X wordt beperkt in haar mogelijkheden het belang van die vragen voor de belastingheffing te betwisten, of te betogen dat het rechtsgevolg van onherroepelijk worden van de informatiebeschikking niet mag intreden. Het beroep van de Staatssecretaris is gegrond. Volgt verwijzing naar Hof Amsterdam.

Lees ook het thema Informatiebeschikking: stand van zaken

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 47

Algemene wet inzake rijksbelastingen 52a

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 5 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

  446
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen