De Kennisgroep invordering & civiel recht is van mening dat alleen in uitzonderingssituaties, waarbij sprake is van een onrechtmatige daad, rente moet worden vergoed op basis van het Burgerlijk Wetboek.

Indien een betaalde belastingaanslag wordt verminderd betaalt de ontvanger (ambtshalve) teveel betaalde invorderingsrente en vervolgingskosten terug. De Hoge Raad oordeelde op 18 augustus 2023 (V-N 2023/37.17) dat titel 4.4 van de Awb niet van toepassing is op ambtshalve teruggaven van vervolgingskosten.

In het algemeen is het zo dat beschikkingen invorderingsrente en/of vervolgingskosten onherroepelijk zijn op het moment dat een aanslag ambtshalve wordt verminderd. De beschikking moet daardoor voor rechtmatig worden gehouden.

In uitzonderingsgevallen kan sprake zijn van een onrechtmatige (overheids)daad waardoor recht ontstaat op vergoeding van wettelijke rente over terug te betalen invorderings- en vervolgingskosten. Hiervan kan sprake zijn als de ontvanger in weerwil van een verleende uitstel van betaling een teruggaaf verrekent met kosten en invorderingsrente.

Wanneer de ontvanger wettelijke rente vergoedt op grond van het Burgerlijk Wetboek berekent hij de wettelijke rente vanaf het moment dat de invorderingsrente en/of vervolgingskosten zijn voldaan tot aan de dag van terugbetaling.

Wanneer de inspecteur de aanslag ambtshalve vermindert vergoedt de ontvanger in beginsel geen wettelijke rente over de evenredig terug te geven invorderingsrente. Als een aanslag ambtshalve wordt verminderd is de onrechtmatigheid van de aanslag niet gegeven en is er ook geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:73

Leidraad Invordering 2008 28.2

Invorderingswet 1990 28

[Nieuwsbron]

Rubriek: Invordering

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 24 november

Informatiesoort: VN Vandaag

334

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen