Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat gemeenten verplicht zijn een belanghebbende desgevraagd een afschrift te verstrekken van de objectieve gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde WOZ-waarde van de onroerende zaak. Hieronder vallen de verkoopwaarden van de vergelijkingsobjecten, de inhouds- en oppervlaktematen, de ligging en kwaliteitsfactoren van de woning en de vergelijkingsobjecten.

X maakt bezwaar tegen een WOZ-beschikking 2014 van de gemeente Waalwijk.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat gemeenten op grond van art. 40 lid 2 Wet WOZ verplicht zijn een belanghebbende desgevraagd een afschrift te verstrekken van de objectieve gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde WOZ-waarde van de onroerende zaak. Hieronder vallen de verkoopwaarden van de vergelijkingsobjecten, de inhouds- en oppervlaktematen, de ligging en kwaliteitsfactoren van de woning en de vergelijkingsobjecten. De grondstaffel waar X om heeft gevraagd, valt hier in dit geval niet onder, onder andere omdat de gemeente stelt dat deze niet voorhanden is. Met hetgeen de heffingsambtenaar in de beroepsfase heeft overgelegd, heeft hij in die fase van het geding voldaan aan art. 40 lid 2 Wet WOZ. Dit geldt echter niet voor de bezwaarfase. Nu de heffingsambtenaar bij de uitspraak op bezwaar geen taxatieverslag heeft toegevoegd met daarin de gegevens van de nieuwe referentiewoningen, beschikte X niet over de objectieve gegevens die ten grondslag hebben gelegen aan de waarde en was hij gedrongen om beroep in te stellen. Dit is voor de rechtbank aanleiding om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten van X.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet waardering onroerende zaken 17 en 40

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Waardering onroerende zaken

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Editie: 12 januari

1

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen