Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het taalgebruik van de heer B structureel in strijd is met de in het maatschappelijk verkeer betamelijke omgangsvormen. X bv wordt van deze beslissing in kennis gesteld en zij krijgt de gelegenheid om binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen.

A bv is de gemachtigde van X bv in veel procedures inzake de heffing van belastingen en in het bijzonder de BPM. C bv is enig aandeelhouder en enig bestuurder van A bv en de heer B is alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van C bv. B verricht in die procedures alle proceshandelingen en dient processtukken in. X bv tekent hoger beroep aan tegen twee uitspraken van Rechtbank Gelderland. Het hof ergerde zich in het verleden over het taalgebruik van B (zie V-N 2018/66.1.3). Bij het indienen van stukken voor dit hoger beroep maakt B wederom tal van beledigende opmerkingen. Het hof geeft hem daarom een laatste waarschuwing. In zijn reactie maakt B richting het hof beledigende opmerkingen.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het taalgebruik van B structureel in strijd is met de in het maatschappelijk verkeer betamelijke omgangsvormen. Het betreft onnodig beledigende en ongefundeerde verwijten c.q. beschuldigingen aan gerechtelijke ambtenaren, aan rechterlijke colleges en aan de rechtsstaat en Nederland in het algemeen. Er bestaan daarom tegen B ernstige bezwaren als bedoeld in art. 8:25 lid 1 Awb. B en A bv mogen X bv in de onderhavige procedure daarom geen bijstand meer verlenen of haar vertegenwoordigen. X bv wordt van deze beslissing in kennis gesteld en zij krijgt de gelegenheid om binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:25

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 22 augustus

Uitsluiting Nieuwsbrief: Uitsluiting Nieuwsbrief

  202
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen