X exploiteert een varkens- en akkerbouwbedrijf en houdt indirect alle aandelen in X BV en een 27%-belang in Y BV. In 2007 koop X in privé een perceel grond met mestsilo's dat wordt verhuurd aan Y BV. De verhuur wordt voortgezet door X, die het object rekent tot zijn tbs-vermogen. Na fiscaal geruisloze inbreng in en terugkeer uit X BV activeert X het object op de balans van zijn eenmanszaak. In 2016 verkoopt X zijn indirecte belang in Y BV, maar zet de verhuur voort. In zijn aangifte IB/PVV 2016 verwerkt X een boekverlies op het object en rekent hij het tot box 3. De inspecteur corrigeert dit en rekent het object tot het ondernemingsvermogen. In geschil is of het object na verkoop van het aandelenbelang in de huurder mag worden geheretiketteerd naar privévermogen en, subsidiair, of afwaardering naar lagere bedrijfswaarde mogelijk is.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat het perceel met mestsilo’s als keuzevermogen kwalificeert en dat X dit door toepassing van de terugkeerfaciliteit tot zijn ondernemingsvermogen moet rekenen. De verkoop van het aandelenbelang in Y BV vormt geen bijzondere omstandigheid die heretikettering rechtvaardigt, omdat de verhuur ongewijzigd voortduurt en de ondernemingsbestemming niet verandert. Het verlies van zeggenschap en het staken van incidentele mestleveringen staan los van die bestemming. Afwaardering naar lagere bedrijfswaarde wijst de rechtbank eveneens af, omdat het taxatierapport niet aantoont dat de bedrijfswaarde duurzaam lager is dan de boekwaarde en geen rekening houdt met de verhuurbestemming en de huurverhoging in het opvolgende jaar.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.99
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 14C
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 14C
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 7 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag