Daarbij merkt hij op dat hoewel niet is uit te sluiten dat internationale structuren worden gebruikt om belasting te ontwijken, het enkele feit dat een onderneming activiteiten verricht in een land met een laag belastingtarief, intellectuele eigendomsrechten centraliseert of gebruikmaakt van kostendelingsarrangementen onvoldoende is om belastingontwijking of onzakelijke verrekenprijzen vast te stellen. Volgens de bewindsman is het Nederlandse belastingstelsel robuuster gemaakt tegen internationale belastingontwijking door de ATAD-richtlijnen, BEPS-maatregelen, de minimumbelasting (Pijler 2) en de conditionele bronbelasting.
Een verzoek om een onderzoekscommissie in te stellen die het handelen van de Belastingdienst in individuele fiscale dossier beoordeelt, naar analogie van de Uber-files, wijst de staatssecretaris af. Ook ziet hij geen aanleiding voor een generiek wettelijk vermoeden waarbij een zakelijke prijs voor intragroepsdienstverlening hoger is dan de kostprijs, tenzij de belastingplichtige het tegendeel aannemelijk maakt. Volgens hem biedt het bestaande arm's-lengthbeginsel voldoende waarborgen.
Wetingang:
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8B
[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]
Rubriek: Vennootschapsbelasting
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 7 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag