Wie meer profijt heeft van het werk van de waterschappen, moet meer waterschapsbelasting gaan betalen. Een meerderheid van de Tweede Kamer reageerde donderdag positief op een wetsvoorstel dat dit 'profijtbeginsel' beter moet vastleggen.

De waterschapsbelasting is deels gebaseerd op de ontwikkeling van de waarde van gebouwen. Omdat woningen harder in waarde zijn gestegen dan bedrijfspanden, is de waterschapsbelasting voor huizenbezitters de afgelopen jaren harder gestegen. Het wetsvoorstel wil de verhouding tussen die twee vastzetten.

Welk jaar precies wordt gebruikt als ijkpunt, bepaalt de verhouding tussen bedrijven en woningeigenaren. D66 en GroenLinks-PvdA willen een vroegere peildatum dan het kabinet voorstelde, waardoor een kleiner deel van de kosten bij woningeigenaren komt te liggen. Maar demissionair minister Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) kiest voor twee jaar voordat de wet in werking treedt. Bedrijven zouden er anders hard op achteruitgaan, terwijl de lastenverlichting voor huiseigenaren relatief klein zou blijven, legt de minister uit.

Het is hoe dan ook nog niet duidelijk hoeveel de waterschapsbelasting precies zal stijgen of dalen. Dat verschilt per waterschap, en de waterschappen hebben ruimte om van de berekeningen af te wijken. Wel maakt het kabinet duidelijk dat de heffing hetzelfde blijft voor huurders en hooguit enkele tientjes zal veranderen voor een gemiddeld huishouden met een koophuis.

De PVV wil de waterschappen helemaal afschaffen, zei Kamerlid Hidde Heutink. "Wat ons betreft gaan de taken naar de provincie." Verschillende Kamerleden reageerden daar verbaasd op.

Eerder is bericht over het vorig jaar ingediende wetsvoorstel, de nota naar aanleiding van het verslag en de nota van wijziging, de tweede nota van wijziging, de derde nota van wijziging en een reactie van de NOB op het wetsvoorstel.

Bron: ANP

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

211

Gerelateerde artikelen