Als een spaarder, die geen bezwaar heeft gemaakt, alsnog kan aantonen dat hij teveel aan vermogensrendementsheffing heeft betaald, kan de Belastingdienst die te veel betaalde belasting teruggeven door een ambtshalve vermindering van de aanslag aan te vragen. Dat meldt staatssecretaris Van Rij in een interview met de podcast 'Betrouwbare Bronnen' waarover het AD schrijft.

Deze oproep van de bewindspersoon is opmerkelijk omdat begin deze maand via de media uitlekte dat spaarders die geen of te laat bezwaar hebben gemaakt tegen de vermogensrendementsheffing 2017-2020 niet hoeven te rekenen op compensatie. Het kabinet hoeft deze mensen ook niet te compenseren voor de box 3-belasting die zij over hun spaargeld hebben betaald omdat de Hoge Raad dat in mei dit jaar heeft gezegd. Dit in tegenstelling tot spaarders die wel bezwaar maakten tegen de box 3-heffing.

De Hoge Raad oordeelde in het zogenoemde Kerstarrest dat circa 60.000 mensen die meededen aan een massaalbezwaarprocedure hun te veel betaalde belasting in de periode 2017 tot en met 2020 horen terug te krijgen. Daarnaast heeft het arrest ook gevolgen voor alle nog niet definitieve aangiftes, zoals die over vorig jaar en dit jaar. In augustus hebben de bezwaarmakers allemaal bericht gekregen of en zo ja, hoeveel geld zij terugkrijgen.

In de krant reageert de voorzitter van de Bond voor Belastingbetalers, Jurgen de Vries, voorzichtig verheugd op het nieuws over de niet-bezwaarmakers: "Het lijkt erop dat de staatssecretaris gedupeerde spaarders toch iets wil bieden. Maar let op, wie geld terug wil over 2017 moet nog dit jaar in actie komen", waarschuwt De Vries. "Je kunt maximaal vijf jaar na de aanslag nog verzoeken om een ambtshalve vermindering."

Of een verzoek om ambtshalve vermindering daadwerkelijk wordt gehonoreerd door de Belastingdienst moet worden afgewacht. Een verzoek over het jaar 2017 moet vóór 1 januari 2023 zijn ingediend. Tegen een uitspraak van de Belastingdienst op een verzoek om ambtshalve herziening is vervolgens weer bezwaar en beroep mogelijk. Daarvoor geldt de reguliere bezwaartermijn van zes weken. Zo kan een belastingplichtige die het niet eens is met de vaststelling van zijn rendementsgrondslag, zo nodig via de rechter alsnog zijn gelijk zien te krijgen. Lees hierover meer in de column Uiteindelijk komt alles goed, zei de Belastingdienst. Dus niet? waarin de mogelijkheid van ambtshalve vermindering al werd genoemd.

Het kabinet komt op Prinsjesdag met een definitief besluit over rechtsherstel voor niet-bezwaarmakers rond de met het internationaal recht strijdige box 3. De podcast staat op de website Dagennacht.nl:

Raadpleeg ook het Dossier Box 3.

Bron: AD/Dagennacht.nl

Dossiers: Box 3, Prinsjesdag 2022

Informatiesoort: Nieuws

Focus: Focus

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Carrousel: Carrousel

  5363
Gerelateerde artikelen