De Hoge Raad oordeelt dat de vermogensmix op stelselniveau in strijd is met het recht van eigendom en het gelijkheidsbeginsel. Er is voor het met ingang van 2017 geldende forfaitaire stelsel geen toereikende rechtvaardiging aan te wijzen. De Hoge Raad biedt rechtsherstel door aan te sluiten bij de gerealiseerde rendementen.

X en zijn vrouw behalen een rendement op hun vermogen van € 6612 (2017) en € 3528 (2018). De box 3-heffing over deze jaren bedraagt € 12.705 en € 11.969. X heeft zijn vermogen van circa € 1 mln voor circa 80% belegd in spaargeld met een lage rente, terwijl hij wordt aangeslagen alsof hij voor slechts circa 21% in spaargeld belegt (vermogensmix). X is van mening dat de vermogensmix in deze jaren in strijd is met art. 14 EVRM en art. 1 EP EVRM. Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat de vermogensmix op stelselniveau in strijd is met art. 14 EVRM en art. 1 EP EVRM. De wetgever heeft namelijk aansluiting gezocht bij de werkelijkheid, door uit te gaan van gemiddelde rendementen. Dat het stelsel op meerdere ficties berust is niet problematisch. X gaat in (sprong)cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat de vermogensmix op stelselniveau in strijd is met het recht van eigendom en het gelijkheidsbeginsel. Er is voor het met ingang van 2017 geldende forfaitaire stelsel geen toereikende rechtvaardiging aan te wijzen. Het nieuwe stelsel perkt de door het EVRM gegarandeerde recht om vrij te beschikken over eigendom in, doordat het een verhoudingsgewijs zware financiële last verbindt aan de keuze om niet over te gaan tot het risicovol beleggen van vermogen. In redelijkheid kan dan ook niet worden gezegd dat de vermogensmix de uit art. 1 EP EVRM voortvloeiende proportionaliteitstoets kan doorstaan. Er bestaat namelijk niet een redelijke verhouding tussen de belangen die de wetgever heeft willen dienen met dat stelsel en de ongelijkheid die wordt veroorzaakt door de vormgeving die de wetgever heeft gekozen voor de verwezenlijking van dat doel. De Hoge Raad doet de zaak zelf af en biedt rechtsherstel door alleen het werkelijke rendement in de heffing te betrekken.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 14

Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 1

Wet inkomstenbelasting 2001 5.2

Instantie: Hoge Raad

Editie: 27 december

Rubriek: Europees belastingrecht, Inkomstenbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

Carrousel: Carrousel

  2809
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen