Het kabinet wil het hoge tarief in box 2 verlagen van 31 naar 29,2 procent. Volgens het CBS kunnen de daardoor mogelijke extra dividenduitkeringen de gemeten inkomensongelijkheid vergroten.1 Opmerkelijk, want volgens het inkomensbegrip dat het CPB onlangs hanteerde, was winst die nog helemaal niet was uitgekeerd al inkomen van de ondernemer. Twee verschillende definities kunnen statistisch verklaarbaar zijn, maar in het politieke debat worden de uitkomsten vervolgens wel naast elkaar gebruikt. Maar zodra beide uitkomsten in hetzelfde politieke debat worden gebruikt, ontstaat een scheef beeld.
De politieke discussie over de verlaging is voorspelbaar. Ter linkerzijde van het politieke spectrum wordt de verlaging van het box 2-tarief al snel gezien als een belastingvoordeel voor vermogenden. Ter rechterzijde klinkt eerder de vraag of een verlaging met slechts 1,8 procentpunt niet veel te bescheiden is. Zelf behoor ik tot die laatste groep. Daarbij is van belang dat de belastingdruk op uitgekeerde ondernemingswinst in Nederland relatief hoog is. De maximale gecombineerde heffing van vennootschapsbelasting en box 2 bedraagt 48,8 procent, tegenover gemiddeld 39,2 procent in de Europese vergelijking van de Tax Foundation.2
Of een verlaging met slechts 1,8 procentpunt daadwerkelijk tot grote extra dividenduitkeringen leidt, moet bovendien nog blijken. Zoals onlangs ook op TaxLive werd uiteengezet, is eerder afrekenen tegen 29,2 procent lang niet voor iedere aandeelhouder aantrekkelijk.3 De veronderstelling dat deze beperkte tariefsverlaging automatisch tot een forse golf aan dividenduitkeringen leidt, is dus allerminst vanzelfsprekend.
Wanneer is winst inkomen?
De uitleg achter die CBS-conclusie is op zichzelf helder. Dividend wordt volgens het CBS tot het inkomen gerekend op het moment dat het wordt uitgekeerd. Meer dividend kan daardoor in dat jaar leiden tot een hogere gemeten inkomensongelijkheid.
Het wordt ingewikkelder wanneer we deze uitkomst naast recent onderzoek van het Centraal Planbureau leggen.
Het CPB koos in De hoogste bomen vangen minder wind voor een breder inkomensbegrip. Winst die niet wordt uitgekeerd, maar in de bv blijft zitten, wordt daarbij al toegerekend aan het inkomen van de aandeelhouder. Over de gevolgen daarvan voor het beeld van het inkomen en de belastingdruk van ondernemers schreef ik eerder op TaxLive.4
Dat het CPB een ander inkomensbegrip hanteert dan het CBS is op zichzelf mogelijk. Beide instituten kunnen voor hun eigen onderzoeksvraag een bepaalde definitie kiezen. Maar zodra de uitkomsten terechtkomen in hetzelfde politieke debat over inkomensongelijkheid, ontstaat een probleem.
Dezelfde €100
Stel dat een bv in 2027 €100 winst maakt en die winst niet uitkeert. Volgens het bredere inkomensbegrip van het CPB wordt die €100 in 2027 al toegerekend aan het inkomen van de aandeelhouder. Het gemeten inkomen van de ondernemer valt daardoor hoger uit.
Wordt die €100 in 2029 alsnog als dividend uitgekeerd, dan telt de uitkering volgens het CBS in 2029 mee als inkomen. Als vooral hogere inkomens meer dividend ontvangen, kan daardoor ook de gemeten inkomensongelijkheid stijgen.
Beide uitkomsten kunnen binnen hun eigen statistische definitie correct zijn. Maar in het politieke debat ontstaat daarmee een merkwaardige situatie. Zolang de winst in de bv blijft, wordt zij gebruikt om te laten zien dat het inkomen van ondernemers hoger is dan gedacht. Wordt diezelfde winst uitgekeerd, dan wordt zij gebruikt om te laten zien dat de inkomensongelijkheid stijgt.
Dat de gekozen inkomensdefinitie politieke gevolgen heeft, is geen theoretische kwestie. Het CPB-onderzoek wordt inmiddels volop in het politieke debat gebruikt. Zo stelde CDA-Kamerlid Inge van Dijk er Kamervragen over en vroeg zij onder meer naar de inkomens- en vermogenspositie van DGA’s en de door het CPB geconstateerde belastingdruk.5 PRO-Kamerlid Luc Stultiens gebruikte de CPB-cijfers publiek met de boodschap dat de rijkste 1 procent veel sterker in inkomen vooruitging dan de rest van Nederland.6
Twee meetlatten, één politiek debat
Daar ligt mijn bezwaar. Niet bij het feit dat CBS en CPB voor verschillende onderzoeksvragen verschillende inkomensdefinities kunnen hanteren. Wel bij het gebruik van de uitkomsten in hetzelfde debat zonder steeds duidelijk te maken dat er iets anders wordt gemeten. Deze cijfers worden gebruikt bij politieke keuzes over belastingtarieven, vermogensverdeling en de fiscale behandeling en beeldvorming van ondernemers. Juist daarom moet helder zijn welke definitie van inkomen achter een cijfer zit en of uitkomsten uit verschillende onderzoeken wel vergelijkbaar zijn.
CBS en CPB zijn beide publieke instituten met groot gezag in het economische beleidsdebat. Juist daarom mag van hen worden verwacht dat zij glashelder zijn over de inkomensdefinitie die zij hanteren en de gevolgen daarvan voor hun conclusies.
Over de verlaging van box 2 kan uitstekend politiek worden gediscussieerd. Ook over inkomensongelijkheid en over de vraag hoeveel belasting ondernemers zouden moeten betalen. Maar die discussie moet wel fair blijven.
Het is kiezen of delen: óf de ingehouden winst is al inkomen van de ondernemer, óf de dividenduitkering is het moment waarop die winst als inkomen wordt geregistreerd. Verschillende definities kunnen voor afzonderlijke onderzoeken verdedigbaar zijn. Maar daarmee houdt de verantwoordelijkheid van CBS en CPB niet op. Beide instituten weten dat hun conclusies doorwerken in het maatschappelijke en politieke debat. Zij kunnen daarom niet uitsluitend naar de afbakening van hun eigen onderzoek kijken, maar moeten ook duidelijk maken hoe hun inkomensbegrip zich verhoudt tot andere definities die in datzelfde debat worden gebruikt. Anders krijgt dezelfde winst twee keer een hoofdrol in het debat over inkomensongelijkheid.
-----------------------------
1 Inkomstenongelijkheid aangejaagd door hogere dividenduitkeringen box 2
2 Integrated Tax Rates on Corporate Income in Europe, 2025
3 Verlaagd box 2-tarief vanaf 2027: wel of niet benutten?
4 Een andere definitie van inkomen creëert de laagbelaste ondernemer
5 De publicatie 'De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens' van het CPB van 6 mei 2026. | Tweede Kamer der Staten-Generaal
6 Zie LinkedIn
Bron: Column
Informatiesoort: Column