Eind 2021 verscheen de evaluatie van de bankenbelasting. De oorspronkelijke doelen zijn min of meer uit zicht verdwenen, behalve het bijdragen aan de Rijksbegroting. 

Maar er is een mogelijk nieuw doel aan de horizon in de vorm van een mogelijke vergroening van de bankenbelasting door tariefdifferentiatie, afhankelijk van de ‘groen-ratio’ (van debiteuren) van de bank (V-N 2021/51.21). Als ik iets dergelijk lees, is voor mij de vraag wie dit gaat betalen. En hoe men dit wil gaan regelen.

Voor de eerste vraag is bepalend of de banken de (extra) bankenbelasting gaan doorberekenen aan de niet-groene debiteuren. Zo niet, dan heeft de differentiatie geen direct effect en zou het goedkoper en doelmatiger zijn om het algemene tarief aan te passen. Zo ja, dan is de vraag of de grootste klanten (multinationals) niet zullen uitwijken naar buitenlandse financiers die geen extra renteopslag rekenen. Dat leidt mogelijk tot concurrentienadeel en rendementsverlies voor Nederlandse banken. Daarnaast kan het leiden tot een eenzijdiger debiteurenportefeuille en dus indirect wellicht tot hogere systeemrisico’s. In zoverre zou ik verwachten dat de differentiatie noch tot milieuwinst noch tot extra opbrengst zal leiden, maar wel tot extra kosten.

Als de banken de extra bankenbelasting gaan doorberekenen aan niet-groene debiteuren, is voor wat betreft het mkb de vraag of de kleinere banken de financiering van deze debiteuren zouden overnemen. Kleinere banken hoeven in verband met de doelmatigheidsvrijstelling van (een balanstotaal van) € 20 mrd. immers geen bankenbelasting te betalen. Zo niet, dan zou de doorberekening effect kunnen hebben op het gedrag van het mkb. De vraag is dan of dat dan niet efficiënter en effectiever kan worden bereikt door directe maatregelen, bijvoorbeeld een hogere energiebelasting bij datzelfde mkb (stok), al dan niet in combinatie met subsidies (wortel).

Dan de vraag hoe men het gaat regelen. De Staatssecretaris van Financiën constateert dat banken afhankelijk zouden zijn van aangeleverde data van derden. Ik zie niet goed hoe dat betrouwbaar gaat zonder data van de debiteuren en dus waarschijnlijk extra formulieren. Als alleen wordt gekeken naar leningen boven een bepaalde grootte (multinationals), valt de extra administratieve last in relatieve zin wellicht te overzien. Maar wordt gekeken naar alle leningen, dan lijkt onvermijdelijk dat (ook) het mkb met een relatief grote administratieve last te maken krijgt, terwijl het MKB al klaagt over hoe (administratief) moeilijk het is om financiering te krijgen van banken. Dat lijkt mij dus een onzalig idee. Opnieuw: het lijkt mij veel eenvoudiger en veel minder belastend dit te regelen door middel van directe maatregelen. Voorgaande bezwaren gelden in versterkte mate tegen uitbreiding van de bankenbelasting tot kleine banken, pensioenfondsen, verzekeraars en/of vermogensbeheerders vanwege de groendoelen, zoals ook nog eens wordt gesuggereerd in de evaluatie.

Wat mij betreft, is de suggestie van vergroening van de Bankenbelasting een schoolvoorbeeld van een proefballonnetje dat zo snel mogelijk van tafel moet. Wat de doelen van de bankenbelasting ook mogen zijn, er is geen verband tussen de bankenbelasting en de belasting van het milieu door de debiteuren. De vergroening wordt er met de haren bijgesleept. Wil er enig milieueffect zijn, dan leidt dat onvermijdelijk tot allerlei verdere administratieve verplichtingen. Waarom dat toegevoegde waarde zou hebben boven het direct bij de bron heffen ter zake van niet-groene activiteiten, ontgaat mij.

Rubriek: Bankenbelasting

Informatiesoort: Uitvergroot

Carrousel: Carrousel

Focus: Focus

  1321
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
MUST READ, COLUMNS