In de Miljoenennota is opgenomen dat het kabinet een arbeidskorting per uur en een ‘meerurenvoordeel’ onderzoekt om de marginale druk te verlagen. Hoewel het (theoretisch) vanuit economisch perspectief een zinvol idee lijkt, ziet iemand met enig oog voor de praktijk de uitvoeringsproblemen opdoemen.

Direct komt bij mij de vraag op hoe zal worden omgegaan met deze column, die in de avonduren wordt geschreven als nevenactiviteit. Ook kun je, afhankelijk van de vormgeving, al bepaalde gedragsreacties uittekenen om te kunnen profiteren van een dergelijke maatregel. Kortom: het levert wellicht meer arbeidsaanbod op, maar die resulteren in de eerste plaats in extra administratieve werkzaamheden. De vraag is of dat doelmatig is.

Voor economische groei is zowel een groter arbeidsaanbod als een hogere productiviteit essentieel. Als een van de randvoorwaarden voor productiviteitsgroei en efficiëntere inzet van productiefactoren wordt het vereenvoudigen van de wet- en regelgeving genoemd. Een urenadministratie voor werkenden lijkt vanuit dat perspectief juist contraproductief. We hebben in de inkomstenbelasting al ervaring met urenadministraties. Het urencriterium van art. 3.6 Wet IB 2001 is hét toegangsticket voor allerlei ondernemersfaciliteiten. Van oudsher is het voldoen aan dit criterium uiterst relevant vanwege het grote financiële belang. Het bijhouden van uren kan voor ondernemers echter administratief bewerkelijk zijn. We zien van tijd tot tijd in de jurisprudentie dat dit ook mis kan gaan. Tegelijkertijd weten we dat de controle voor de Belastingdienst eveneens complex kan zijn.

Er is op dit moment alle reden voor de vraag of het urencriterium niet moet worden afgeschaft. De afgelopen jaren is allereerst sterk het mes gezet in de zelfstandigenaftrek. In het begin van dit decennium bedroeg de zelfstandigenaftrek nog meer dan € 7000, terwijl de zelfstandigenaftrek in 2027 nog maar € 900 zal bedragen. Door de inflatie in de loop der jaren is dat bedrag in reële termen nog verder afgenomen. Met het nu ingediende belastingplanpakket wordt het mes ook gezet in andere ondernemersfaciliteiten waarvoor het urencriterium als voorwaarde geldt. De startersaftrek vervalt praktisch vanaf 2027, de startersaftrek voor arbeidsongeschikten in 2029 en de meewerkaftrek wordt fors versoberd in 2027 en afgeschaft in 2030. De oudedagsreserve, waarvoor ook het urencriterium gold, is al afgeschaft in 2023. Het nut van het voldoen aan het urencriterium is met andere woorden sterk afgenomen en neemt de komende jaren nog verder af.

Laten we dan nu doorpakken. Uiteraard zeg je als ondernemer geen ‘nee’ tegen een aftrekpost van € 900 in de vorm van zelfstandigenaftrek. Maar daar zit direct de crux. Zo lang als het urencriterium wettelijk blijft gelden, blijven de administratieve lasten voor zowel de ondernemer als de Belastingdienst gelijk. De vraag is daarbij of het financiële voordeel voor de ondernemer nog wel opweegt tegen de moeite die hij ervoor moet doen. Ik zou die vraag negatief beantwoorden en het urencriterium (budgetneutraal) linksom of rechtsom afschaffen. Dan kan een ondernemer zich meer focussen op waar hij echt goed in is: ondernemen.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Inkomstenbelasting

41

Gerelateerde artikelen