Het HvJ EU oordeelt dat Serebryannay een dienst onder bezwarende titel heeft verricht. Het HvJ EU komt tot dit oordeel omdat Serebryannay op haar kosten een appartement heeft ingericht, geen huur voor het appartement hoefde te betalen en het appartement na het einde van de overeenkomst weer aan de eigenaar moest teruggeven.  

De Bulgaar Bodzuliak is eigenaar en zaakvoerder van de eenpersoonsvennootschap met beperkte aansprakelijkheid Serebryannay vek EOOD. Serebryannay houdt zich onder andere bezig met het verhuren van onroerend goed. Medio 2009 verwerft Bodzuliak twee appartementen in aanbouw in Varna. Bodzuliak verleent op de appartementen voor vijf jaar een recht van vruchtgebruik aan Serebryannay. Hierbij wordt verder overeengekomen dat Serebryannay geen huur is verschuldigd, maar wel op eigen naam, op haar kosten en naar eigen goeddunken reparatie- en montagewerkzaamheden zal verrichten voor de afwerking en de ingebruikneming van de appartementen, opdat deze te gelde kunnen worden gemaakt. Bodzuliak verkrijgt de appartementen vervolgens, met de erin aangebrachte aanpassingen, aan het einde van de overeenkomst terug. De Bulgaarse belastingdienst is van mening dat Serebryannay een dienst om niet jegens Bodzuliak heeft verricht en dat de waarde van de kosten die Serebryannay voor het verrichten van deze dienst had gemaakt, de maatstaf van heffing van die dienst vormde. De Bulgaarse rechter heeft prejudiciële vragen in deze zaak gesteld.  

Het Hof van Justitie EU (HvJ EU) oordeelt dat Serebryannay met de reparatie en stoffering van de appartementen een dienst onder bezwarende titel heeft verricht. Volgens het HvJ is hier namelijk sprake van als:

•de verrichter van de dienst zich er toe verbindt de dienst op zijn kosten te verrichten;

•de verrichter van de dienst het recht verkrijgt om het appartement gedurende de looptijd van de overeenkomst te gebruiken voor zijn economische activiteit, zonder dat hij huur hoeft te betalen;

•de eigenaar het ingerichte appartement terugkrijgt aan het einde van die overeenkomst.

Tussen die dienstverrichting en de tegenprestatie die de verrichter in ruil voor het verrichten van de dienst daadwerkelijk heeft ontvangen, bestaat volgens het HvJ EU een rechtstreeks verband.  

[Nieuwsbron]

Editie: 1 oktober

Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie

Rubriek: Europees belastingrecht, Omzetbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  26
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen