De Hoge Raad besluit vanwege oneigenlijk gebruik de ondergrens voor toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding fors te verhogen.

X procedeert over een bedrag van € 0,80 aan invorderingsrente. Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X, ondanks de termijnoverschrijding, geen recht heeft op een immateriëleschadevergoeding (ISV), omdat het financiële belang minder is dan de bagatelgrens van € 15 (HR 24 februari 2017, V-N 2017/12.20.5). In cassatie stelt X dat nevenvorderingen ook meetellen voor de bepaling van de bagatelgrens.

De Hoge Raad besluit vanwege oneigenlijk gebruik de ondergrens voor toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding fors te verhogen. Als er sprake is van een termijnoverschrijding van niet meer dan 12 maanden, wordt de ondergrens verhoogd van € 15 naar € 1000. Bij een termijnoverschrijding van meer dan 12 maanden terwijl het financiële belang minder is dan € 1.000, beslist de rechter naar bevind van zaken. De Hoge Raad legt uit dat het gaat om het totale financiële belang dat is gemoeid met de geschillen over aanslagen en/of andere fiscale beschikkingen, waarbij uitzonderingen gelden voor samenhangende zaken en proefprocedures. Bij het bepalen van het financiële belang tellen nevenvorderingen en bestuurlijke boeten niet mee. De aanpassingen gelden alleen voor nieuwe zaken. Voor het overige handhaaft de Hoge Raad de bestaande ISV-rechtspraak. In deze procedure betekent het voorgaande dat Hof ’s-Hertogenbosch terecht geen ISV heeft toegekend. Het cassatieberoep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Invorderingswet 1990 28b

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Invordering, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 17 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

1192

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen