Rechtbank Rotterdam oordeelt dat de uitspraak op het WOZ-bezwaar een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek bevat, maar passeert dit gebrek omdat X geen nadeel ondervindt.

X is eigenaar van een woning in Schoonhoven. De WOZ-waarde 2022 is vastgesteld op € 815.000. X stelt dat de WOZ-waarde lager is en wijst daarbij op de onjuiste oppervlakte die de heffingsambtenaar hanteert.

Rechtbank Rotterdam oordeelt dat de uitspraak op het WOZ-bezwaar een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek bevat. De heffingsambtenaar heeft in zijn oppervlakteberekening geen rekening gehouden met de schuine muren op de eerste verdieping. In beroep heeft de heffingsambtenaar de oppervlakte aangepast van 247 m² naar 244 m². Ook gebruikt hij een van drie vergelijkingsobjecten niet meer, omdat deze niet vergelijkbaar is met de woning van X. Op basis van deze gegevens maak de heffingsambtenaar een nieuwe matrix op waarmee hij de vastgestelde WOZ-waarde van € 815.000 aannemelijk maakt. Ondanks schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek blijft de WOZ-waarde ongewijzigd omdat X geen nadeel ondervindt. Wel moet de heffingsambtenaar het griffierecht van X vergoeden. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 6:22

Wet waardering onroerende zaken 17

Instantie: Rechtbank Rotterdam

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Editie: 30 april

Informatiesoort: VN Vandaag

239

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen