Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat belanghebbende geen BTW-ondernemer is. Er zijn geen objectieve gegevens of bewijzen die het voornemen tot economische activiteiten ondersteunen. De boete van 25% is passend en geboden.

Belanghebbende stelt BTW-ondernemer te zijn vanwege voorbereidende handelingen. Hij is voornemens energie-onafhankelijke air-units (bij tankstations) en lantaarnpalen te gaan verkopen. Belanghebbende voert naar eigen zeggen een proef uit en heeft gesprekken met mogelijke kopers. Belanghebbende brengt in de jaren 2015 tot en met 2018 BTW in aftrek.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant beslist dat belanghebbende het BTW-ondernemerschap niet aannemelijk maakt en daardoor geen recht op BTW-aftrek heeft. Belanghebbende onderbouwt het voornemen tot het verrichten van economische activiteiten niet met objectieve gegevens of bewijs. Zo is er geen correspondentie met potentiële klanten of een productomschrijving overgelegd. Verder hebben de enige uitgereikte facturen geen betrekking op economische activiteiten, maar om liquide middelen van de ouders van de directeur te verkrijgen.

De rechtbank laat de boete van 25% in stand. Belanghebbende handelt lichtvaardig door het indienen van BTW-aangiften die geleid hebben tot teruggaven zonder na te gaan of daar ook recht op is. Gezien de verlaging van de boete in verband met bijzondere omstandigheden is de boete passend en geboden.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67f

Wet op de omzetbelasting 1968 15

Wet op de omzetbelasting 1968 7

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 17 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

  63
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen