Rechtbank Den Haag oordeelt dat de over de onbelaste Bbz-uitkering ingehouden loonheffing niet verrekenbaar is met de verschuldigde inkomstenbelasting.

De heer X doet IB-aangifte over 2016 en wijkt af van de vooringevulde aangifte door zijn Bbz-uitkering van € 18.188 niet te vermelden. Hoewel de uitkering inderdaad niet door de inspecteur niet tot het belastbaar inkomen is gerekend, stelt X dat de ingehouden loonheffing van € 6648 wel verrekenbaar is.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de over de onbelaste uitkering ingehouden loonheffing niet verrekenbaar is met de verschuldigde inkomstenbelasting. Het beroep van X is alleen gegrond, omdat de inspecteur de hoorplicht heeft geschonden. De in rekening gebrachte belastingrente van 4% is terecht berekend over de periode 1 juli 2017 tot en met 20 juli 2018. Er is geen grond om de rente te matigen of buiten toepassing te laten.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 30hb

Algemene wet inzake rijksbelastingen 30fc

Wet inkomstenbelasting 2001 9.2

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Bronbelasting

Editie: 10 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

  263
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen