De Hoge Raad oordeelt dat de heer X terecht is vrijgesproken van het doen van onjuiste belastingaangiften van zijn echtgenote. Als pleger van het onjuist of onvolledig doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte kan namelijk slechts worden aangemerkt degene die tot het doen van de aangifte verplicht is.

De heer X doet de administratie en verzorgt de belastingaangiften van zijn echtgenote die een winkel exploiteert. X wordt strafrechtelijk vervolgd voor het indienen van onjuiste aangiften. Als medepleger wordt X door Hof Amsterdam slechts veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis. De strafbepaling van art. 69 lid 2 AWR richt zich namelijk slechts tot de aangifteplichtige. Het OM gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat X terecht is vrijgesproken van het doen van onjuiste aangiften. Als pleger van het onjuist of onvolledig doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte kan namelijk slechts worden aangemerkt degene die tot het doen van de aangifte verplicht is (vgl. HR 17 oktober 2006, 01599/05, V-N 2006/59.10). Opmerking verdient dat er wel andere mogelijkheden zijn om degene, die anders dan als pleger betrokken is bij het onjuist of onvolledig doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte, onder specifieke voorwaarden strafrechtelijk aansprakelijk te stellen voor die betrokkenheid. Onder omstandigheden kan ook sprake zijn valsheid in geschrift, wat namelijk tot eenieder is gericht.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 69

Instantie: Hoge Raad (Strafkamer)

Rubriek: Strafrecht, Bronbelasting

Editie: 10 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

  551
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen