Hof Arnhem-Leeuwarden beslist dat de jarenlang verliesgevende activiteiten van een accountantskantoor geen bron van inkomen vormen. Het door X aangegeven verlies uit onderneming is terecht gecorrigeerd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 Wet RO).

X start in het jaar 2008 een accountants- en administratiekantoor. De resultaten van de onderneming zijn voor de periode 2008 tot en met 2017 negatief. Bij de aanslagregeling IB/PVV 2015 worden het aangegeven verlies uit onderneming en de MKB-winstvrijstelling gecorrigeerd.

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2020/13.23.1) is er geen sprake van een bron van inkomen omdat geen sprake is van een objectieve voordeelsverwachting. Met de activiteiten van het accountantskantoor heeft X vanaf het begin nauwelijks omzet behaald en de kosten overtroffen de omzet steeds in aanzienlijke mate. De door X overgelegde prognose en het in september 2018 opgestelde ondernemersplan leiden niet tot een ander oordeel. De inspecteur heeft het verlies uit onderneming en de MKB-winstvrijstelling daarom terecht gecorrigeerd. Het hof beslist verder dat de inspecteur terecht geen verlies over 2015 heeft vastgesteld omdat er per saldo geen verlies uit werk en woning dat jaar is ontstaan. Er vindt geen verrekening van verliezen uit eerdere jaren plaats omdat er geen verliesvaststellingsbeschikking over die jaren bestaat. Het verzoek van X om toepassing van een dwangsom wegens het uitblijven van het verrekenen van een verlies slaagt niet omdat het uitblijven van die verliesverrekening terecht is. Het hoger beroep van X is ongegrond.

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.2

Wet inkomstenbelasting 2001 3.151

Wet inkomstenbelasting 2001 3.153

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Hoge Raad

Editie: 23 september

Informatiesoort: VN Vandaag

  426
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen