Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de gemeente het bezwaar van X zonder peremptoirstelling niet wegens het ontbreken van een machtiging niet-ontvankelijk mocht verklaren.

Belanghebbende, X, laat A bezwaar maken tegen een WOZ-beschikking 2017. Omdat een machtiging ontbreekt en het bezwaar niet is gemotiveerd, stelt de gemeente A een aantal malen in de gelegenheid deze verzuimen te herstellen. Als A niet reageert, besluit de heffingsambtenaar het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. In geschil is of dit terecht is.

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de gemeente het bezwaar van X zonder peremptoirstelling niet wegens het ontbreken van een machtiging niet-ontvankelijk mocht verklaren. Op de verzoeken een machtiging te overleggen heeft A niet gereageerd. De heffingsambtenaar heeft A echter niet gewaarschuwd dat het bezwaar niet-ontvankelijk kon worden verklaard indien geen machtiging zou worden overgelegd. Er is volgens het hof weinig voor te zeggen om hieraan het gevolg te verbinden dat de heffingsambtenaar het bezwaar niet meer niet ontvankelijk kon verklaren. Dit omdat A een professionele rechtsbijstandverlener is met veel ervaring in het voeren van procedures, waaronder ontvankelijkheidskwesties. Het lijdt geen twijfel dat hij bekend is met de regels inzake herstel van vormverzuimen en de eventuele rechtsgevolgen dat aan een niet herstel kan worden verbonden. Gelet echter op HR 18 oktober 2019, V-N 2019/50.10 kon de heffingsambtenaar ook in dit geval niet het bezwaar zonder peremptoirstelling niet-ontvankelijk verklaren. Het hof wijst de zaak terug naar de heffingsambtenaar.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 6:6

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Editie: 19 december

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

  228
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen