Rechtbank Den Haag beslist dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat coffeeshophouder X te lage omzetten heeft aangegeven. De opgelegde aanslagen IB/PVV worden verminderd en de boetebeschikkingen vernietigd.

Belanghebbende, X, drijft samen met een medevennoot een coffeeshop in de vorm van een vof. Bij de coffeeshop wordt een boekenonderzoek uitgevoerd, waarbij ook meerdere waarnemingen ter plaatse zijn verricht. Naar aanleiding hiervan corrigeert de inspecteur bij de aanslagregeling de omzet van de coffeeshop over de jaren 2011 tot en met 2016. Ook worden vergrijpboetes opgelegd. X stelt dat de inspecteur met zijn enkele verwijzing naar een theoretische omzetberekening en de daaruit voortvloeiende belastingbedragen onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij over de in geschil zijnde jaren niet de vereiste aangiften heeft gedaan.

Rechtbank Den Haag beslist dat de inspecteur geen feiten en omstandigheden aannemelijk maakt die zijn stelling onderbouwen dat X zowel in absolute als in relatieve zin aanzienlijk te lage aangiften heeft gedaan. De uitkomsten van de waarnemingen ter plaatse (wtp’s) uitgevoerd in 2019 hebben geen betrekking op de in geschil zijnde (eerdere) jaren. Bij de drie uitgevoerde wtp’s in de jaren 2014 tot en met 2016 zijn geen bijzonderheden gebleken. Deze wtp’s maken dan ook niet aannemelijk dat de coffeeshop in de kasadministratie niet de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven heeft geboekt. De beroepen zijn gegrond. De aanslagen worden verminderd en de boetebeschikkingen vernietigd.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 11

Algemene wet inzake rijksbelastingen 47

Algemene wet inzake rijksbelastingen 27e

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 27 april

  1123
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen