Rechtbank Noord-Holland verklaart na verwijzing door de Hoge Raad het verzet gegrond.

X komt in beroep tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting. Rechtbank Den Haag verklaart het beroep na een vereenvoudigde behandeling niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van het griffierecht. In verzet blijft deze beslissing in stand. In cassatie legt de Hoge Raad uit hoe rechters bij de beoordeling of een beroep ontvankelijk is onderzoek moeten doen naar de aanbieding van via aangetekende post verzonden stukken (HR 7 mei 2021, nr. 20/01495, V-N 2021/21.20).

Rechtbank Noord-Holland verklaart na verwijzing door de Hoge Raad het verzet gegrond. X stelt de herinnering voor het betalen van het griffierecht niet te hebben ontvangen. Rechtbank Den Haag heeft het verzet ongegrond verklaard omdat blijkens gegevens van PostNL voor ontvangst van de betalingsherinnering is getekend. Rechtbank Noord-Holland merkt op dat de Hoge Raad in ontvankelijkheidskwesties bij het controleren van de aanbieding van aangetekende post een tamelijk soepel criterium hanteert. Het is voldoende dat ontvangst van het poststuk redelijkerwijs kan worden betwijfeld. X stelt dat de betalingsherinnering niet bij hem thuis kan zijn uitgereikt omdat hij op het moment van uitreiking in het buitenland was en er verder niemand thuis was. X heeft hiermee aannemelijk gemaakt de betalingsherinnering niet te hebben ontvangen. De rechtbank acht het aannemelijk dat X in het buitenland was en dat ook de buren of een ander die op het huis van opposant paste, het poststuk niet hebben aangenomen. Hoogstwaarschijnlijk heeft een onbekende derde voor ontvangst van het poststuk getekend.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:55

Algemene wet bestuursrecht 8:52

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 17 januari

  794
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen