De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft een standpunt gepubliceerd over de behandeling van het aandeel in een reservefonds VvE sinds de invoering van de Wet rechtsherstel box 3. Het aandeel in een VvE wordt onder de Wet rechtsherstel box 3 aangemerkt als een overige bezitting.

Banktegoeden worden in art. 1 lid 1 van de Wet rechtsherstel box 3 gedefinieerd. Het gaat om deposito’s als bedoeld in art. 1:1 Wft. Ondanks dat het reservefonds van een VvE doorgaans op een deposito is ondergebracht, is dat niet de bezitting van de belastingplichtige. De bezitting van de belastingplichtige is het lidmaatschapsrecht in de VvE. Een lidmaatschapsrecht voldoet niet aan art. 1:1 Wft en wordt daarom aangemerkt als een overige bezitting.

Hierbij wordt opgemerkt dat dit eveneens geldt als een eigenaar zijn aandeel (al dan niet gedeeltelijk) is schuldig gebleven. Het maakt niet uit of dat op basis van een besluit van de VvE is of dat een eigenaar een bankgarantie heeft afgegeven. Het aandeel in de VvE wordt aangemerkt als een overige bezitting en de schuldig gebleven bijdragen wordt aangemerkt als schuld. Omdat sprake is van twee verschillende juridische titels, kan de belastingplichtige het aandeel en de schuld niet salderen.

Overigens wordt in het wetsvoorstel Belastingplan 2024 voor de overbruggingswetgeving box 3 voorgesteld om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023 het aandeel in een VvE onder te brengen onder de categorie ‘banktegoeden’. Een soortgelijke aanpassing van de Wet rechtsherstel box 3 is niet voorgesteld.

Wetsartikelen:

Wet rechtsherstel box 3 1

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 2 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

Dossiers: Box 3

792

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen