De Kennisgroep formeel recht geeft antwoord op de vraag of restant persoonsgebonden aftrek als bedoeld in art. 6.2a Wet IB 2001, zonder aanslag kan worden verrekend. De kennisgroep is van mening dat dit niet mogelijk is. Indien een aanslag achterwege blijft wordt belastingplichtige een rechtsmiddel ontnomen tegen de vaststelling van de hoogte van het inkomen.

Belastingplichtige ontvangt over het jaar 2015, in de vorm van een aparte vermelding op de aanslag inkomstenbelasting, een beschikking restant persoonsgebonden aftrek. Voor de periode 2016 tot en met 2021 dient hij geen aangiften in, maar geniet wel inkomen.

Voor het jaar 2022 dient belastingplichtige een aangifte IB/PVV in en verrekent het restant persoonsgebonden aftrek. De inspecteur wil het restant persoonsgebonden uit 2015 aftrek verrekenen met de inkomens over de jaren 2016 tot en met 2021. Hij vraagt de kennisgroep of hij kan verrekenen zonder een (navorderings)aanslag vast te stellen over die jaren.

De kennisgroep is van mening het niet mogelijk is restant persoonsgebonden aftrek te verrekenen zonder een (navorderings)aanslag vast te stellen voor de tussenliggende jaren. Een rechtsmiddel tegen een beschikking restant persoonsgebonden kan volgens art. 6.2a lid 6 Wet IB 2001 alleen betrekking hebben op het bedrag van de persoonsgebonden aftrekposten (en dus niet op het inkomen). Indien een aanslag achterwege blijft wordt belastingplichtige een rechtsmiddel ontnomen tegen de vaststelling van de hoogte van het inkomen.

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Wet inkomstenbelasting 2001 6.2a

Wet inkomstenbelasting 2001 6.1

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 13 november

Informatiesoort: VN Vandaag

194

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen