De Hoge Raad oordeelt dat onder een binnen het heffingsgebied gevestigde ondernemer niet mede is te begrijpen een ondernemer die buiten Sint Maarten is gevestigd en een vaste inrichting in Sint Maarten heeft van waaruit de belaste bedrijfsomzet wordt gerealiseerd.

X nv exploiteert een resort op Sint Maarten. Het resort is gerenoveerd door een in de VS gevestigde ondernemer met een vaste inrichting op Sint Maarten. Op de aan X nv uitgereikte facturen staat geen belasting op bedrijfsomzetten (bbo) en de VS-ondernemer heeft de verschuldigde bbo evenmin op aangifte voldaan. In geschil is of aan X nv als afnemer van de renovatiewerkzaamheden terecht een bbo-naheffingsaanslag is opgelegd. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba stelt de inspecteur in het gelijk. X nv stelt in cassatie dat de VS-ondernemer door zijn vaste inrichting op Sint Maarten moet worden aangemerkt als een op Sint Maarten gevestigde ondernemer.

De Hoge Raad oordeelt dat onder een binnen het heffingsgebied gevestigde ondernemer niet mede is te begrijpen een ondernemer die buiten Sint Maarten is gevestigd en een vaste inrichting in Sint Maarten heeft van waaruit de belaste bedrijfsomzet wordt gerealiseerd. De verschuldigde bbo kan van X nv als afnemer wordt nageheven, omdat zij een binnen het heffingsgebied gevestigde ondernemer is. X nv had er in samenspraak met de VS-ondernemer voor kunnen kiezen om zelf de bbo ter zake van de renovatiewerkzaamheden te voldoen. Het beroep van X nv is ongegrond. Wegens het overschrijden van de redelijke termijn krijgt zij wel een immateriële schadevergoeding van € 500.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Omzetbelasting, Belastingen overzeese Rijksdelen

Editie: 13 november

Informatiesoort: VN Vandaag

344

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen