Het Hof van Justitie EU oordeelt dat LIKTA kan worden beschouwd als een BTW-belastingplichtige. Dat zij een vereniging zonder winstoogmerk is, is niet van belang. Van belang is of haar activiteit vergelijkbaar is met de typische gedraging van een marktdeelnemer uit dezelfde sector.

Het Letse Biedrība ‘Latvijas Informācijas un komunikācijas tehnoloģijas asociācija’ (LIKTA), een vereniging zonder winstoogmerk, organiseert opleidingen. Voor het verzorgen van de opleidingen schakelt LIKTA derden in als opleiders. In haar BTW-aangiften brengt LIKTA de BTW in aftrek die de opleiders aan haar in rekening brengen. De Letse Belastingdienst stelt echter dat de opleidingen niet worden uitgevoerd als onderdeel van economische activiteiten, omdat een winstoogmerk ontbreekt. Daarnaast acht de Belastingdienst van belang dat LIKTA zelf geen opleidingen verzorgt. Aftrek van de voorbelasting is daarom niet toegestaan. De Letse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak. 

Het Hof van Justitie EU oordeelt dat het feit dat LIKTA een vereniging zonder winstoogmerk is er niet aan in de weg staat dat zij kan worden beschouwd als een BTW-belastingplichtige. Daarbij is dan wel van belang of de uitgevoerde activiteit vergelijkbaar is met de typische gedraging van een marktdeelnemer uit dezelfde sector. Het Hof van Justitie EU merkt verder nog op dat de Europese subsidies die LIKTA heeft ontvangen, onder voorwaarden, binnen de maatstaf van heffing vallen. Verder is art. 28 BTW-richtlijn niet van toepassing als er geen uitdrukkelijke lastgevingsovereenkomst is gesloten op grond waarvan kan worden vastgesteld dat diensten door een belastingplichtige in eigen naam en voor rekening van een ander zijn verricht.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie

Rubriek: Omzetbelasting, Europees belastingrecht

Editie: 8 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

257

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen