Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur een nieuw feit heeft. De aftrek was aanvankelijk namelijk goed onderbouwd en de uitkomsten van het strafrechtelijke onderzoek werden pas ruim na de primitieve aanslagregeling voor fiscale doeleinden vrijgegeven. De 75% vergrijpboetes zijn vanwege de opzettelijke kasrondjes ook terecht.

De heer X claimt in zijn IB-aangiften over 2012, 2013 en 2014 giftenaftrek. Het betreft contante giften aan de Islamitische Universiteit Europa (IUE). Voor 2012 en 2013 heeft X niet alleen kwitanties overgelegd, maar ook zijn bankafschriften met de betreffende kasopnames. Uit een strafrechtelijk onderzoek blijkt later dat de penningmeester van de IUE op grote schaal valse kwitanties verkocht voor circa ongeveer 10 à 12% van de vermeende giften. In maart 2017 geeft de Officier Justitie toestemming om de onderzoeksgegevens te gebruiken voor fiscale doeleinden. In geschil zijn de IB-navorderingsaanslagen over 2012, 2013 en 2014, alsmede de 75% vergrijpboetes.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur een nieuw feit heeft. De aftrek was aanvankelijk namelijk goed onderbouwd en de uitkomsten van het strafrechtelijke onderzoek werden pas ruim na de primitieve aanslagregeling voor fiscale doeleinden vrijgegeven. De boetes zijn ook terecht. De kasopnames waarmee X de giften onderbouwde, werden door hem namelijk vrijwel direct contant teruggestort op een andere bankrekening. X wist dus dat hij giften aftrok die hij feitelijk niet deed en dat de kwitanties vals waren. Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67e

Wet inkomstenbelasting 2001 6.33

Wet inkomstenbelasting 2001 6.32

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 9 december

Informatiesoort: VN Vandaag

  298
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen