Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur de voorlopige aanslag redelijkerwijs kon opleggen zoals hij heeft gedaan. Ook is de aanslag niet te hoog vastgesteld. Uit het strafproces is namelijk gebleken dat X ook in 2011 was betrokken bij btw-carrouselfraude.

Belanghebbende, X, is dga van E bv. E bv houdt de aandelen in F bv. F bv is begin 2008 failliet verklaard. Naar aanleiding van een FIOD-onderzoek naar btw-fraude is een strafrechtelijke procedure tegen X gestart. Volgens de inspecteur blijkt uit het onderzoek dat X mede organisator was van een aantal btw-carrousels, waarmee hij inkomen heeft genoten dat niet is aangegeven. X heeft de strafbare feiten ook bekend en is daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 720 dagen. De inspecteur legt met dagtekening 2 augustus 2012 onder andere een VA IB-aanslag 2011 op aan X.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur de voorlopige aanslag redelijkerwijs kon opleggen zoals hij heeft gedaan. Ook is de aanslag niet te hoog vastgesteld. Het hof merkt hierbij ten eerste op dat uit het strafproces is gebleken dat X ook in 2011 was betrokken bij btw-carrouselfraude. Verder is van belang dat de inspecteur is uitgegaan van gegevens uit het VIES-systeem en dat het niet onaannemelijk is dat X (ook) fraude heeft gepleegd met Centrale Processor Units. Ook stelt het hof nog vast dat X in 2009 een bedrag van € 13.921 heeft vermeld als ROW en dat hij onder andere een internationaal netwerk heeft opgezet voor de distributie van horloges in Duitsland en dat hij op enig moment 30 man personeel had.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.25

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 9 december

Informatiesoort: VN Vandaag

  483
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen