Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur de ondernemingsverliezen terecht niet accepteert. Met betrekking tot de door X opgevoerde ondernemingen geldt volgens de rechtbank dat een bron van inkomen ontbreekt.

Ondernemer X voert in zijn IB-aangiften forse verliesposten op met betrekking tot twee van zijn ondernemingen. De inspecteur accepteert de verliezen niet omdat in zijn ogen geen sprake is van een bron van inkomen. Ook corrigeert de inspecteur een bedrag van € 200.000 dat X tot zijn ondernemingsvermogen heeft gerekend. Volgens de inspecteur is ter zake van dit bedrag sprake van box 3-vermogen.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur de ondernemingsverliezen terecht niet accepteert. Met betrekking tot de door X opgevoerde ondernemingen geldt volgens de rechtbank dat een bron van inkomen ontbreekt. Er is dan geen sprake van een onderneming. Ook heeft de inspecteur het bedrag van € 200.000 terecht tot het box 3-vermogen gerekend. De regel waar X zich op beroept, dat ‘op grond van de jurisprudentie’ steeds een forfaitair bedrag van € 50.000 tot het ondernemingsvermogen kan worden gerekend, bestaat niet volgens de rechtbank. Daarnaast heeft X volgens de rechtbank ook ten onrechte de eigenwoningschuld in box 3 opgenomen. De rechtbank verwijst daarbij ook naar de eerdere procedures over dezelfde aangelegenheden die X heeft gevoerd. De rechtbank beslist vervolgens dat X geen recht heeft op een ISV. Gezien de wijze van procederen lijkt het er op dat X tegen beter weten in procedeert. Dat is in zichzelf al een sterke aanwijzing dat het hem om iets anders is te doen dan om de (hoogte van de) aanslagen. Er bestaat dan geen recht op een ISV.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Editie: 19 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen