X BV doet aangifte voor de registratie van een auto en voldoet € 3731 aan BPM. X BV voegt een taxatierapport toe. De inspecteur laat een hertaxatie uitvoeren en stelt de verschuldigde BPM op € 8748. X BV maakt bezwaar en verzoekt om te worden gehoord. De inspecteur plant een hoorgesprek voor 125 zaken tegelijk. Tijdens het gesprek worden slechts 82 zaken besproken waarna de gemachtigde het gesprek beëindigt. Voor de overige zaken, waaronder deze, vindt geen hoorgesprek plaats. De inspecteur doet alsnog uitspraak op bezwaar zonder X BV verder te horen. In geschil is of de inspecteur bij de behandeling van het bezwaar tegen de naheffingsaanslag BPM het hoorrecht van X BV heeft geschonden.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur het hoorrecht van X BV heeft geschonden omdat geen hoorgesprek heeft plaatsgevonden terwijl X BV ondubbelzinnig heeft aangegeven alsnog te willen worden gehoord. De rechtbank acht niet aannemelijk dat dit aan X BV is te wijten. Omdat partijen van mening verschillen over relevante feiten en de handelsinkoopwaarde van de auto, kan de schending niet met toepassing van art. 6:22 Awb worden gepasseerd. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en wijst de zaak terug naar de inspecteur voor een hernieuwde behandeling.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.22
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 19 mei
Informatiesoort: VN Vandaag