Het kabinet moet keuzes maken ten aanzien van de hypotheekrenteaftrek. Dat is de belangrijkste conclusie van het ambtelijk rapport ‘Onderzoek 30-jaarstermijn Hypotheekrenteaftrek’ dat vorige week naar de Tweede Kamer werd gestuurd.

Het rapport – dat veel media-aandacht kreeg – heeft de problematiek rondom de 30-jaarstermijn en de gevolgen voor de hypotheekrenteaftrek in kaart gebracht en stelt verschillende oplossingsrichtingen voor. Ook nam de Tweede Kamer afgelopen week een motie aan die oproept om een voorgenomen verruiming van de hypotheekrentaftrek te schrappen. Interessant is dat coalitiepartijen D66 en CDA vóór deze motie stemden – ondanks de gevoeligheid rondom dit dossier bij de VVD.

De rente op een hypotheek(deel) voor de eigen woning is sinds 2001 maximaal 30 jaar aftrekbaar in box 1. Na het verstrijken van deze 30-jaarstermijn valt de niet-afgeloste schuld in box 3 en stopt het recht op aftrek. Sinds 2013 geldt daarbij een aflossingseis, waarbij er overgangsrecht is voor leningen die eerder zijn afgesloten. In 2031 zal de 30-jaarstermijn voor een grote groep vervallen. Het probleem is dat zowel de Belastingdienst als belastingplichtigen vaak niet over de historische informatie beschikken om te bepalen of iemand wel of geen recht heeft op deze aftrekpost. In de afgelopen jaren hebben verschillende rapporten gewezen op deze situatie.

Onderzoek 30-jaarstermijn

In 2019 is de eigenwoningregeling geëvalueerd en het rapport uit 2024 met bouwstenen voor een beter belastingstelsel besteedt uitgebreid aandacht aan de hypotheekrenteaftrek. Het rapport van het Ministerie van Financiën bouwt hierop voort en kijkt specifiek naar de 30-jaarstermijn. Daarbij worden verschillende problemen geïdentificeerd. Allereerst dat deze termijn tussen 2031 en 2042 voor een grote groep met voor een groot deel aflossingsvrije hypotheken verstrijkt. Verhuizing en herfinanciering maken het complex om de exacte einddatum te achterhalen. Ten slotte is veel van de benodigde historische informatie niet (meer) beschikbaar, noch bij de Belastingdienst noch bij belastingplichten.

De ambtenaren beschouwen de regeling voor burgers als “zodanig ondoenlijk en complex, dat deze in de praktijk nagenoeg niet handhaafbaar is.” Dat sommigen zekerheidshalve geen hypotheekrenteaftrek (HRA) claimen, terwijl anderen het (ten onrechte) wel doen, schaadt de belastingmoraal. Het rapport komt met vijf oplossingsrichtingen: 1) het per 2031 afschaffen van de HRA voor alle hypotheken afgesloten voor 2013; 2) het per 2031 afschaffen van de HRA voor hypotheken afgesloten voor 2013 met overgangsrecht; 3) HRA verruimen voor alle hypotheken afgesloten voor 2013; 4) voor alle hypotheekvormen (opnieuw) 30 jaar HRA na elke verhuizing; 5) per 2031 geleidelijke afbouw HRA voor hypotheken afgesloten voor 2013.

Toekomst hypotheekrenteaftrek

Het ambtelijke rapport geeft, plat gezegd, aan dat de huidige hypotheekrenteaftrek onhoudbaar is en dat het kabinet moet kiezen tussen het (deels) afschaffen c.q. afbouwen óf het (deels) verruimen van de hypotheekrenteaftrek. Hierover wordt in de Tweede Kamer, maar ook in de coalitie, zeer verschillend gedacht. De Tweede Kamer nam afgelopen week, met steun van D66 en CDA, een motie aan van Stultiens (GL-PvdA) – ingediend bij het debat over de Voorjaarsnota 2026 – die het kabinet opriep om een verruiming van de hypotheekrenteaftrek – als gevolg van de verhoging van het tweede tarief in box 1 – ongedaan te maken. De VVD stemde tegen.

Ondanks de populariteit van de hypotheekrenteaftrek bij veel belastingplichtigen, wordt deze al sinds jaar en dag als ondoelmatig beschouwd. Experts benadrukken dat de hypotheekrenteaftrek leidt tot hogere huizenprijzen en vermogensongelijkheid tussen woningbezitters en huurders. De Europese Commissie waarschuwt steevast voor de systeemrisico’s van het fiscaal stimuleren van hoge hypotheekschulden. Desondanks is het onwaarschijnlijk dat het kabinet-Jetten stappen kan zetten om deze regeling verder af te bouwen. Het behouden van de hypotheekrenteaftrek was dé verkiezingsbelofte van de VVD én is expliciet in het coalitieakkoord vastgelegd.

Informatiesoort: Parlementair

Rubriek: Inkomstenbelasting

19

Gerelateerde artikelen