Rechtbank Den Haag oordeelt dat de heer X niet aannemelijk maakt dat hij een onderneming drijft. Zo heeft hij maar één opdrachtgever, is hij fulltime aanwezig op de bedrijfslocaties en is hij wat betreft tijdstip, plaats en aard van het werk volledig afhankelijk van de opdrachtgever.

De heer X werkt in 2013 als zzp'er voor een bv. Op de twee bedrijfslocaties van de bv werkt X aan het onderhoud en de reparatie van het machinepark. In geschil is of X winst uit onderneming geniet of resultaat uit overige werkzaamheden. Volgens X verricht hij de werkzaamheden zelfstandig en hoeft hij deze ook niet persoonlijk te verrichten. Zo kan zijn broer hem vervangen of meehelpen als het werk niet door één persoon uitgevoerd kan worden.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat hij een onderneming drijft. Zo heeft hij maar één opdrachtgever, is hij fulltime aanwezig op de bedrijfslocaties en is hij wat betreft tijdstip, plaats en aard van het werk volledig afhankelijk van de bv. Bovendien maakt X niet met betalingsbewijzen of anderszins aannemelijk dat zijn broer werkzaamheden voor hem verricht. Het beroep van X is ongegrond. Wegens het overschrijden van de redelijke termijn krijgt X wel een immateriële schadevergoeding van € 1500 en wordt het griffierecht aan hem vergoed.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Wet inkomstenbelasting 2001 3.90

Wet inkomstenbelasting 2001 3.8

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 16 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

  367
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen