Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de inspecteur over het vereiste nieuwe feit beschikt. In het kader van het strafrechtelijke onderzoek is namelijk in eerste instantie slechts een beperkt onderzoek ingesteld naar de juistheid van 173 door A ingediende IB-aangiften.

Voor het indienen van zijn IB-aangiften maakt belanghebbende, X, gebruik van de diensten van A. In de aangiften wordt steeds een aftrek van circa € 1000 aan specifieke zorgkosten opgevoerd. Naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek naar A, legt de inspecteur IB-navorderingsaanslagen 2012 - 2015 op aan X. X is van mening dat de inspecteur niet bevoegd is om de navorderingsaanslagen op te leggen.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de inspecteur over het vereiste nieuwe feit beschikt. In het kader van het strafrechtelijke onderzoek is namelijk in eerste instantie slechts een beperkt onderzoek ingesteld naar de juistheid van 173 door A ingediende IB-aangiften. Naar aanleiding van de resultaten van dat onderzoek is vervolgens een verscherpte controle ingesteld naar de door A ingediende aangiften. Hierbij zijn 1853 brieven gestuurd naar cliënten van A, waaronder X. Ten tijde van het opleggen van de aanslagen aan X gold voor de inspecteur volgens de rechtbank zeker nog geen vergaande onderzoeksplicht. Het onderzoek naar de door A ingediende aangiften vormde voor de inspecteur geen aanleiding om de aangiften van X niet te volgen. Er is dan geen sprake van een ambtelijk verzuim. De rechtbank handhaaft de navorderingsaanslagen.

Lees ook het thema Navordering

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 20 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

  381
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen