Rechtbank Zeeland-West-Brabant overweegt dat de waterpijptabak in de woning van X werd aangetroffen en X aldus de beschikkingsmacht had over de tabak.

In de woning van X wordt een aanzienlijke hoeveelheid waterpijptabak aangetroffen, alsmede sporen dat X dit zelf vervaardigd heeft. X verklaart dat hij niet de eigenaar is van de goederen en dat het een hobby is. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op vanwege het voorhanden hebben van onveraccijnsde tabak. In geschil is of X de waterpijptabak voorhanden heeft gehad.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant overweegt dat de waterpijptabak in de woning van X werd aangetroffen en X aldus de beschikkingsmacht had over de tabak. De argumenten van X dat hij niet wist dat het om accijnsgoederen ging, dat de goederen niet van hem zijn en dat het derhalve onredelijk is de accijns op X te verhalen, slagen niet. Het is niet relevant of X een recht of enig belang kan doen gelden met betrekking tot de waterpijptabak. Het staat de inspecteur vrij om te kiezen aan wie hij een naheffingsaanslag oplegt. Er is sprake van een rechtmatig opgelegde naheffingsaanslag accijns. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de accijns 2

Wet op de accijns 51

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Accijns en verbruiksbelastingen

Editie: 8 december

Informatiesoort: VN Vandaag

157

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen