Hof Den Haag oordeelt dat de ontwikkeling en verkoop van speelgoed enerzijds en de kinderopvang anderzijds onvoldoende samenhang vertonen om samen als één onderneming te kunnen worden aangemerkt. De speelgoedwerkzaamheden vormen zelfstandig bezien evenmin een onderneming vanwege de geringe omvang en omzet.

Belanghebbende, X, geniet voor haar werkzaamheden als gastouder winst uit onderneming. Daarnaast houdt zij zich bezig met de verkoop van zelfgemaakt speelgoed. Ter zake van de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling is in geschil of het ontwikkelen en verkopen van speelgoed aangemerkt moet worden als een onderneming.

Hof Den Haag oordeelt dat de ontwikkeling en verkoop van speelgoed enerzijds en de kinderopvang anderzijds onvoldoende samenhang vertonen om samen als één onderneming te kunnen worden aangemerkt. Dat beide activiteiten op kinderen zijn gericht, is onvoldoende. De speelgoedwerkzaamheden vormen zelfstandig bezien evenmin een onderneming vanwege de geringe omvang en omzet. Gelet op het voorgaande voldoet X niet aan het urencriterium zodat zij geen recht heeft op ondernemersaftrek. Verder heeft zij alleen wat betreft de kinderopvangwerkzaamheden recht op de MKB-winstvrijstelling. Het hoger beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.8

Wet inkomstenbelasting 2001 3.5

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 30 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

  312
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen