Rechtbank Den Haag kwalificeert de verkoopwinst van een op een veiling gekochte en weer doorverkochte woning als resultaat uit overige werkzaamheden. X maakt niet aannemelijk dat de woning is gekocht met de intentie om zelf te bewonen.

X koopt op 14 januari 2015 via een veiling een woning. Op 11 maart 2015 verkoopt X de woning aan een derde. Op 7 april 2015 wordt de woning aan X geleverd en op dezelfde dag levert X de woning aan die derde. Na aftrek van kosten bedraagt de verkoopwinst € 27.876. Bij het vaststellen van de aanslagen IB/PVV 2015 en Zvw 2015 wordt deze verkoopwinst door de inspecteur aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden (row). X komt in beroep. Hij stelt dat de winst onbelast is omdat hij op het moment van aankoop van de woning de intentie had er zelf te gaan wonen. De eigenaar van de door hem gehuurde woning was een ontruimingsprocedure gestart waardoor hij die woonruimte dreigde kwijt te raken.

Volgens Rechtbank Den Haag maakt X niet aannemelijk dat de woning uitsluitend bestemd is om hem in het jaar 2015 of in één van de daarop volgende twee jaren als eigen woning ter beschikking te staan. X heeft de woning op een veiling onder opschortende voorwaarden gekocht. Hierbij liep hij het risico dat de koopovereenkomst mogelijk niet tot stand zal komen. Zo'n koop is onder dreiging van huisuitzetting niet voor de hand liggend. De verkoopwinst van de woning is terecht als row belast.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.94

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 23 september

Informatiesoort: VN Vandaag

  429
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen