Belanghebbende, X, verricht als Rijnvarende werkzaamheden voor het Liechtensteinse A AG. De SVB geeft een A1-verklaring af waarin de Nederlandse socialezekerheidswetgeving op X van toepassing wordt verklaard. In haar IB-aangifte verzoekt X om PVV-vrijstelling. De inspecteur verleent de vrijstelling niet. Hof Den Haag oordeelt dat art. 73 Toepassingsverordening geen grond kan vormen voor de inspecteur om in de IB-aangifte verrekening van premies toe te staan. De A1-verklaring staat namelijk definitief vast. X gaat in cassatie.
De Hoge Raad oordeelt, in tegenstelling tot het hof, dat art. 73 Toepassingsverordening weliswaar van toepassing is, maar dat dit niet leidt tot verrekening van de in Liechtenstein betaalde premies. Voor verrekening van de premies is namelijk vereist dat Liechtenstein de voor X betaalde premies heeft overgemaakt aan de SVB. Nu dit niet is gebeurd, is verrekening niet aan de orde. De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van het hof.
Wetsartikelen:
Wet inkomstenbelasting 2001 3.84
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Inkomstenbelasting, Sociale zekerheid algemeen, Loonbelasting, Premieheffing
Editie: 30 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag