Rechtbank Zeeland-West-Brabant toetst het spoedeisende karakter van een – tijdens de bezwaarfase – ingediend verzoek om de inspecteur te gelasten zaakstukken uit het bezwaardossier te verwijderen. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van onverwijlde spoed en wijst het verzoek om de voorlopige voorziening af.

X maakt bezwaar tegen de aanslag IB/PVV over het jaar 2016. Tijdens de bezwaarfase geeft de inspecteur een aantal informatiebeschikkingen af. X maakt ook daar bezwaar tegen. Hangende de bezwaarprocedures dient X een verzoek in bij de rechtbank om met een voorlopige voorziening de inspecteur te gelasten om fiscale adviezen te verwijderen uit het bezwaardossier.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant toetst het spoedeisende karakter van het verzoek. De rechtbank overweegt daarbij dat het niet nodig is om voor die toets alle zaakstukken in te zien en een oordeel over de inbreng van zaakstukken is voorbehouden aan de rechter in de hoofdzaak. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van onverwijlde spoed en wijst het verzoek om de voorlopige voorziening af.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:81

Algemene wet bestuursrecht 8:42

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Editie: 4 november

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen