Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X recht heeft op aftrek van btw voor de bouw van een loods. In een dergelijke situatie moet de btw wel op leveringen en diensten drukken die zijn afgenomen met het oog op toekomstige belaste activiteiten. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Belanghebbende, X, is ondernemer en houdt zich bezig met het ontwikkelen en exploiteren van onroerende zaken. X verricht btw belaste en vrijgestelde activiteiten. X is in 2010 begonnen met de bouw van een loods en vanwege een bouwstop is deze pas in 2015 afgerond. In hoger beroep is enkel in geschil of X de btw die is betaald voor de bouw van de loods, in aftrek kan brengen.

Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2018/51.1.7) oordeelt dat X recht heeft op aftrek van voorbelasting voor de bouw van een loods en verwijst daarbij naar het arrest HvJ EG 29 februari 1996, C-110/94. Hierin is bepaald dat in een dergelijke situatie aftrek van voorbelasting mogelijk is voor zover die voorbelasting drukt op leveringen en diensten die zijn afgenomen met het oog op toekomstige belaste economische activiteiten. In casu is X, ondanks een tijdelijke bouwstop, van plan om met de loods belaste prestaties te verrichten.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Lees ook het thema Recht op aftrek van de btw; wanneer en hoeveel? Kijk ook de video over dit onderwerp op TaxVisions.nl. 

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 15

Wet op de omzetbelasting 1968 7

Rubriek: Omzetbelasting

Instantie: Hoge Raad

Editie: 25 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

  264
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen