De rechtbank bevestigt de forse naheffingsaanslagen aan een veroordeeld witwasser, maar overweegt wel dat er bij grove termijnoverschrijding ruimte is voor matiging van de vergrijpboetes.

In 2011 wordt een boekenonderzoek ingesteld naar de inkomsten van X over de jaren 2006-2010. In 2018 wordt X veroordeeld voor witwassen. Op basis van de gegevens uit het boekenonderzoek en het strafdossier legt de inspecteur navorderingsaanslagen op. X gaat hiertegen in bezwaar en beroep. In geschil is of de opgelegde aanslagen en boetebeschikkingen terecht en juist zijn opgelegd.

De rechtbank verklaart het beroep tegen de aanslag van 2006 niet-ontvankelijk wegens verjaring. Voor het jaar 2007 overweegt de rechtbank dat de inspecteur, door gebruik van stukken uit het strafdossier, erin slaagt aannemelijk te maken dat X een aanzienlijk bedrag aan inkomsten heeft genoten. Er zijn veel grote bedragen contant betaald en X kan niet verklaren hoe hij aan dit geld gekomen is. De rechtbank overweegt voor de overige jaren dat er slechts ruimte is voor beperkte matiging van de boetes vanwege de duur van de procedure en toetst hierbij aan de termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. Voor de jaren 2008 en 2009 overweegt de rechtbank dat zij slechts zullen worden vernietigd voor zover het de boete betreft en daarin geen proceskostenvergoeding is toegekend.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67e

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 29 oktober

Carrousel: Carrousel

  787
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen