Op donderdag 23 april 2026 vond in het Haagse hotel Leonardo een jongerenbijeenkomst plaats van de Vereniging voor Belastingwetenschap, die sinds kort het predicaat Koninklijk voor haar naam mag voeren. Het thema van de bijeenkomst was getiteld: ‘Het inzetten van belastingheffing voor gedragsveranderingen’. Centraal stond de vraag hoe fiscale wet- en regelgeving kunnen bijdragen aan gedragsveranderingen van werkend Nederland en het bedrijfsleven. Dit werd middels een drieluik aan jonge sprekers, onderwerpen en lectiones ten tonele gevoerd. Kort samengevat hadden Job Harms, Steffie Vereijken – van den Bosch en Mart van Hulten, allen een onderwerp die aan het centrale thema raakten: het inzetten van belastingheffing voor gedragsveranderingen.
Gebiedsoverstijgende bijeenkomst
De bijeenkomst werd geopend door de dagvoorzitter Loes van Hulten, docent fiscale economie aan de Erasmus Universiteit. Na een welkomstwoord vertelde ze dat de bijeenkomst op jonge leden van de vereniging gericht is en een platform biedt om gebiedsoverstijgend – zowel regionaal als t.a.v. het beoefende vakgebied - te praten over verschillende aspecten van de belastingwetenschap.
Daarna was het woord aan Peter Kavelaars, emeritus hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit. Hij stond kort stil bij de geschiedenis van de Vereniging en de recentelijk in ontvangst genomen Koninklijke onderscheiding. Deze was op aandringen van Rens Pieterse, universitair docent aan de Universiteit Leiden, aangevraagd. Kavelaars toonde ten bewijze van dit heugelijke feit een akte aan het publiek. Hierin was de verlening van het predicaat neergelegd, daarbij opmerkende dat de Koning hem helaas niet zelf had ondertekend.
‘Werkende mensen lijken belastingdruk te onderschatten’
Dan wordt het woord gegeven aan Job Harms, gedragsexpert Fiscaal Beleid bij de Belastingdienst. Zijn lectio was getiteld ‘Loont het om meer te werken?’, waarbij hij ons meenam in een experiment van de Belastingdienst over (het wegnemen van) de kijk die mensen hebben op hun effectieve belastingdruk.
In het experiment c.q. studie werden verschillende groepen uiteenlopend geïnformeerd over hoe meer werken invloed heeft op hun marginale belastingdruk. Zo werd een groep helemaal niet geïnformeerd, terwijl een andere groep gepersonaliseerde informatie kreeg over de eventueel verschuldigde inkomstenbelasting bij meer gewerkte uren. Vervolgens werd gekeken of zij hun marginale druk goed konden inschatten. Uiteindelijk werd met de studie ook gekeken of deelnemers door de nieuwe informatie ook daadwerkelijk méér gingen werken. Het resultaat van de studie: ten opzichte van de controlegroep zijn mensen die wel informatie ontvingen gemiddeld 1 à 1,5 uur méér gaan werken.
Volgens het onderzoek zou het daarom met eenvoudige informatievoorziening mogelijk zijn om mispercepties over de belastingdruk van belastingplichtigen weg te nemen. Dat zou dan leiden tot verhoging van het aantal gewerkte uren, wat bevorderlijk zou zijn voor de arbeidsmarkt.
Tijdens zijn presentatie merkte Harms op dat in het onderzoek lokale toeslagen en heffingen niet mee waren genomen, terwijl deze wel een substantiële invloed kunnen hebben op iemands perceptie en inkomen. Uit het onderzoek blijkt verder dat niet iedereen méér gaat werken: topverdieners gingen juist minder werken, omdat zij nu sneller doorhadden dat zij er met een uurtje minder werken niet echt op achteruit gingen.
De studie is daarnaast alleen gericht op de perceptie van het te ontvangen loon, terwijl de koopkracht van het loon niet aan de orde werd gesteld. In deze huidige tijd van inflatie is het voorzienbaar dat dit een rol speelt in de afweging om meer of minder te werken. Of de gedragsveranderingen van de bij het experiment betrokken personen langdurig blijven optreden is ook nog maar de vraag.
‘De plicht tot rapporteren is geen plicht tot verduurzaming’
De volgende lectrix van de dag was Steffie Vereijken – van den Bosch, assistent-professor aan Tilburg University. Als ondernemingsrechtjurist informeerde zij de aanwezigen over gedragsveranderingen bij bedrijven als gevolg van rapportageverplichtingen.
In de fiscale wereld zijn genoeg voorbeelden te bedenken, zoals de suikerbelasting en de sigarettenaccijns, die gedrag sturen, zo begint zij haar verhaal. Maar ook met andere wetgeving, zoals rapportageverplichtingen voor bedrijven, valt gedrag te sturen volgens de assistent professor. Nu al kiezen ondernemingen voor betere rapportage als het hun een concurrentievoordeel geeft of als ze hiermee kunnen voorsorteren op wet- en regelgeving. Omdat dit niet verplicht is, kan een uitgebreidere rapportage dan nodig is ook schadelijk zijn. Te denken valt aan het niet-optimaal werken van het concurrentieprincipe door het verdwijnen van een gelijk ‘level playing field’. Daarnaast kost rapportage simpelweg tijd en geld.
Door rapportageverplichtingen te verzwaren voor bedrijven zou dit ‘level playing field’ worden hersteld, omdat hierdoor elk bedrijf verplicht wordt te voldoen aan de zwaardere rapportage-eisen. Bovendien zou het greenwashing kunnen tegengaan en investeringen in groene en duurzame activiteiten kunnen bevorderen. Een rapportageverplichting is dan ook geen verplichting om te verduurzamen, maar een plicht om ‘eerlijk en transparant te zijn’.
‘Innovatie vindt vooral daar plaats waar nog geen winst wordt gemaakt’
De derde spreker van de dag was Mart van Hulten, associate professor aan Tilburg University. Van Hulten kondigde aan dat het een interactieve bijeenkomst zou worden. Dat wist hij ook waar te maken, door het publiek stellingen voor te schotelen waar iedereen meteen online op kon reageren. Dit alles in het kader van ‘Fiscale stimulering van innovatie’.
Van Hulten besprak kort het innovatieakkoord – onderdeel van het brede coalitieakkoord – waarin de
regering allerlei regels wil behouden of uitbreiden die de innovatieve sector moet stimuleren. Te denken valt aan de innovatiebox en de expatregeling. Daarbij laat de associate professor meteen vallen dat deze wetgeving ook averechts kan werken, bijvoorbeeld bij de innovatiebox. Zo gaat meer dan 90 procent van alle voordelen van dit verlaagde tarief voor de vennootschapsbelasting rechtstreeks naar drie grote bedrijven, zo meldt het FD. Deze bedrijven maken al geruime tijd winst – en het zijn vooral deze winsten waarvoor de korting geldt. Daarom is enige terughoudendheid en voorzichtigheid gewenst bij de invoeren van nieuwe fiscale stimulansen, meldt Van Hulten.
Uit onderzoek blijkt verder dat het vooral de jongste bedrijven zijn die het meest innovatief werken. De academicus suggereert dan ook om fiscale regelingen vooral te richten op start- en scale-ups.
Voor de vraag wie het beste het voortouw kan nemen in innovatie, zou volgens hem de markt de beste afwegingen kunnen maken. Dat komt omdat de markt beter in staat is om uit te vogelen welke investeringen succesvol zullen zijn, aldus Van Hulten. De vraag is vervolgens of het voorkomen van faillissement/het maken van veel winst een goede graadmeter is voor een innovatief product, nog los van de vraag wat innovatief is.
‘Jongeren zijn belangrijk voor de toekomst van onze wetenschap’
De dag wordt afgesloten door Peter Essers, hoogleraar aan Tilburg University. Hij bespreekt nog in het kort alle sprekers en de door hen gehouden lezingen. Daarbij stippelt hij aan dat het belang van jongeren bij de vereniging belangrijk is voor de voortzetting van het vak en de wetenschap. Vervolgens gaf hij bij ieders lezing – zoals het een goed academicus betaamt – passend commentaar en sloot hij de bijeenkomst af.
Bron: Tekst: Frank van der Salm
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Belastingrecht algemeen