De oppositie in de Tweede Kamer is kritisch op de financiële plannen van het kabinet-Jetten.
In de debatten over de Voorjaarsnota 2026 en over de maatregelen ten aanzien van de energie- en brandstofprijzen klonken twee verschillende punten van kritiek. De ‘linkse’ oppositie verwijt het kabinet te bezuinigen op de sociale zekerheid en de kosten van de plannen vooral bij werkenden neer te leggen. De ‘rechtse’ oppositie vindt vooral dat het kabinet te weinig doet aan de stijgende energiekosten en dringt aan op meer fiscale maatregelen. De gedeelde conclusie daarbij is dat de financiële plannen van het kabinet-Jetten achterhaald zijn.
De Voorjaarsnota was het eerste moment voor het kabinet-Jetten om het beleid van het kabinet-Schoof bij te sturen en is daarmee het financiële vertrekpunt. Een grote uitdaging voor dit kabinet is dat de budgettaire ruimte beperkter is terwijl de uitdagingen groter zijn ten opzichte van andere kabinetten. Het aantal fiscale maatregelen in deze ‘Startnota’ is beperkt. De tarieven in box 1 in de inkomstenbelasting en het tarief voor de Aof-premie worden verhoogd, de overdrachtsbelasting voor particuliere vastgoedinvesteerders wordt verlaagd en de accijnskorting op benzine wordt verlengd.
De andere fiscale plannen van het kabinet worden momenteel uitgewerkt voor het Belastingplan 2027.
Overheidsfinanciën
In lijn met de conclusies van de Raad van State maakt een groot deel van de Tweede Kamer zich zorgen over de stijgende overheidsuitgaven. Ook de coalitiepartijen vroegen hier aandacht voor. Oosterhuis (D66) wil de rekening niet naar toekomstige generaties doorschuiven. Van Eijk (VVD) geeft aan dat het kabinet moet blijven inzetten “op het terugdringen van consumptieve uitgaven”. Van Dijk (CDA) benadrukte dat het onderscheid tussen investeringen en consumptieve uitgaven in de begrotingen uitgesplitst moet worden. Ook voor een groot deel van de oppositie waren de overheidsfinanciën – en het begrotingstekort met name – met het oog op de onzekere economische vooruitzichten een punt van zorg.
Alle fracties in de Tweede Kamer maken zich momenteel zorgen over het risico op inflatie en de verslechterde koopkracht. Maar over de gewenste oplossingen wordt verschillend gedacht. De oppositiepartijen PVV, FVD, Groep Markuszower, BBB, DENK en SP willen fiscale maatregelen om de kosten voor de burger te beperken, zoals het verlagen van de btw op boodschappen en de accijns en btw op brandstoffen. Om dit te betalen willen ze de staatsschuld verder laten oplopen.
Stultiens (GL-PvdA) is vooral kritisch op de keuze van het kabinet om lastenverzwaringen vooral bij de werkenden neer te leggen. Daarbij pleit hij voor het “herstellen van deze scheve verdeling”.
Fiscale prioriteiten
In het debat stelden de Kamerleden verschillende vragen over de fiscale agenda van het kabinet. Stultiens (GL-PvdA) wilde weten wat het kabinet gaat doen aan belastingconstructies, zoals de onzakelijke leningen en het dividendstrippen. Staatssecretaris Eerenberg gaf daarop aan dat het kabinet nog geen besluiten heeft genomen én dat de keuze ook deels bij de Kamer ligt. Stultiens en Dassen (Volt) vroegen daarnaast wat het kabinet gaat doen ten aan aanzien van ondoelmatige fiscale regelingen. Staatssecretaris Eerenberg liet weten de Kamer voor de zomer te informeren over zijn aanpak én daarbij naar het clusteren van de fiscale regelingen te kijken.
Het debat over de Voorjaarsnota 2026 én het debat over het pakket energiemaatregelen tonen de complexe financiële én politieke situatie voor het kabinet. Een deel van de oppositie vindt dat er te weinig gedaan wordt om de effecten van de inflatie te beperken, terwijl de meeste fracties zien dat er meer geïnvesteerd moet worden in economische groei. Tegelijkertijd worden de zorgen over het gebrek aan financiële buffers voor een toekomstige tegenslag breed gedeeld. Het is duidelijk dat de financiële plannen van het kabinet de komende tijd nog flink zullen veranderen en dat er veel wisselgeld nodig is om voldoende politieke steun in de Tweede Kamer te verkrijgen.
Informatiesoort: Parlementair
Rubriek: Belastingrecht algemeen