Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X BV de percelen feitelijk en bedrijfsmatig voor landbouw gebruikt en de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is. Dat de pachtovereenkomsten met de teler telkens een beperkte looptijd hebben verhinderd niet dat de percelen ook tussentijds in gebruik zijn als landbouwgrond.

X BV bezit twee percelen van 12.830 m2 en 25.392 m2 die zij in 2022 aankoopt voor € 2.117.500. De heffingsambtenaar stelt voor 2023 en 2024 WOZ-waarden van € 2.117.000 vast en legt OZB-aanslagen op. X BV sluit via een tussenpersoon pachtovereenkomsten voor agrarisch gebruik met een teler voor perioden binnen de teeltcyclus. De teler teelt zonnebloemen, suikerbieten en maïs en verricht tevens voorbereidende werkzaamheden buiten de specifieke pachtperioden. Tot de stukken behoren luchtfoto’s waarop landbouwactiviteiten zichtbaar zijn. In geschil is of de percelen van X BV op de waardepeildata kwalificeren als bedrijfsmatig geëxploiteerde landbouwgrond waarop de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X BV aannemelijk maakt dat de percelen op de relevante waardepeildata feitelijk en bedrijfsmatig voor landbouw worden gebruikt. De rechtbank verwijst naar de teelt van gewassen door dezelfde teler, de pachtovereenkomsten, de landbouwkundige werkzaamheden buiten de pachtperioden en de luchtfoto’s waarop agrarisch gebruik zichtbaar is. De beperkte looptijd van de pachtovereenkomsten verhindert niet dat sprake is van doorlopend landbouwgebruik. Daarom past de rechtbank de cultuurgrondvrijstelling toe en stelt zij de WOZ-waarden en OZB-aanslagen voor beide jaren op nihil.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 18

Wet waardering onroerende zaken artikel 22

Gemeentewet artikel 220D

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Waardering onroerende zaken

Editie: 15 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen