Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de keuze van de wetgever om uitsluitend giften aan culturele instellingen in aanmerking te laten komen voor een verhoogde aftrek, binnen de ruime beoordelingsvrijheid valt die een wetgever toekomt bij het vormgeven van fiscale faciliteiten.

X doet giften aan christelijke algemeen nut beogende instellingen (ANBI) die niet kwalificeren als een culturele instelling. De inspecteur staat de hogere aftrek die geldt voor giften aan culturele instellingen niet toe. X stelt dat sprake is van discriminatie. In geschil is of sprake is van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen, die als discriminatie moet worden beschouwd.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de keuze van de wetgever om uitsluitend giften aan culturele instellingen in aanmerking te laten komen voor een verhoogde aftrek, binnen de ruime beoordelingsvrijheid valt die een wetgever toekomt bij het vormgeven van fiscale faciliteiten. Van een onderscheid op basis van geloof is geen sprake. Dat de faciliteit niet direct samenhangt met de draagkracht van de belastingplichtige die de gift doet, maakt dit niet anders. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 5B

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.33

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.39A

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 14

Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten artikel 26

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Europees belastingrecht, Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingrecht algemeen

Editie: 15 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen